Rouffach, Église Notre-Dame

Foto’s: Bram Luteyn © 2019

In Rouffach (Haut-Rhin (68)) bouwde Claude-Ignace Callinet een fraai tweeklaviers orgel in een neogotische orgelkas. Het instrument is in 1855 opgeleverd. Het pijpwerk was vrijwel geheel afkomstig uit het vorige orgel van de kerk, gebouwd door Thomas Schott uit Bremgarten in 1626. Dit orgel werd gewijzigd en verbouwd door Dubois (1758), Rabiny (1803), François Callinet (1803) en Joseph Callinet (1824). Bij de bouw van het nieuwe orgel werden slechts twee registers geheel nieuw gemaakt. Het nieuwe mechanische sleepladen-orgel werd in de loop van de tijd ook enigszins gewijzigd. In 1935 werd het Récit uitgebreid tot de volledige klavieromvang. Het orgel is in 1982-1983 door Alfred Kern gerestaureerd. Daarbij is de dispositie van 1855 hersteld, zijn nieuwe frontpijpen geplaatst en is de omvang van het pedaal vergroot van 22 (C-b) naar 27 (C-d’) tonen.

Dispositie:

Grand Orgue: C – f3 Montre 16′, Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte Octave 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 rangs (discant), Fourniture 5 rangs (1 1/3′), Trompette 8′, Clairon 4′.
Positif: C – f3 Bourdon 8′, Flûte 8′, Salicional 8′, Prestant 4′, Flûte Octave 4′, Doublette 2′, Cymbale 3 rangs, Trompette 8′, Cromorne 8′.
Récit Expressif: C – f3 Bourdon 8′, Flûte Traversière 8′, Flûte 4′, Flageolet 2′, Cornet 3 rangs, Basson-Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Tremblant Doux.
Pédale: C – d1 Flûte 16′, Flûte 8′, Violoncelle 8′, Flûte 4′, Ophicléide 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Couplers: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue.

Samenstelling van de vulstemmen:

Compund stop Composition
Fourniture 5 rangs (Grand Orgue) C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 4′ -2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′.