Sankt Pölten, Franziskanerkirche (Pfarr- und Klosterkirche zur Hl. Dreifaltigkeit)

Foto: János Korom Dr., Bron Flickr, CC-BY-SA 2.0 (Wikimedia Commons)

In 1770 bouwde Johann Hencke een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Franziskanerkirche in Sankt Pölten (Niederösterreich) Oostenrijk. Het orgel bestaat uit twee van elkaar gescheiden kassen met in het midden een positief aan de balustrade. In 1904 bouwde Franz Capek een nieuw romantisch orgel in de oude kassen. Het had 20 registers, en werd in 1939 vergroot tot 23 registers. Dit instrument werd in 1986 gerestaureerd door de firma Hartig. In 2011 bouwde de firma Pflüger Orgelbau een geheel nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 24 (22) stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal in de oude kassen. Dit instrument is gewijd op 7 december 2011.

Het oude orgel van Capek werd verkocht en werd als basis gebruikt voor een nieuw orgel in de Prandtauerkirche in dezelfde woonplaats, dat in 2021 werd opgeleverd door Sauer Orgelbau.

Dispositie:

HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′, Principal 8′, Spitzflöte 8′, Viola 8′, Octav 4′, Flöte 4′, Quint 2 2/3′, Superoctav 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 4 fach (2′), Trompete 8′.
RÜCKPOSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Copl 8′, Prästant 4′, Rohrflöte 4′, Quint 2 2/3′ – Vorabzug aus Sesquialter, Gemshorn 2′, Quint 1 1/3′ – Vorabzug aus Scharff, Sesquialter 2 fach (2 2/3′), Scharff 2-3 fach (1 1/3′), Krummhorn 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbass 16′, Octavbass 8′, Choralbass 4′, Posaune 16′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Rückpositiv, Rückpositiv – Hauptwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv.