Foto: Willemijn Hissink © 2018
- In de Nieuwe Badkapel bouwde de firma Van Dam één van haar laatste orgels. Het instrument, in een gesloten kas, is voor die tijd zeer behoudend. Orgelmaker Van Dam ging tijdens de bouw van het instrument failliet, Het werd mogelijk door Gerrit van Leeuwen voltooid. Het orgel had bij oplevering twee klavieren en pedaal, kegelladen en een pneumatische tractuur. Op 14 september 1926 werd het instrument in gebruik genomen. Hierbij werd het bespeeld door H.A. Wegerif. Aan het concert werkte ook de alt Bertha Stotijn mee.
- In 1973 is het orgel door Van der Zwan omgebouwd naar een elektrische tractuur en uitgebreid met een derde manuaal. De firma Tichelman voerde in 1992 een restauratie uit, waarbij de dispositie weer gewijzigd werd.
Dispositie:
Manuaal I: C – g3 Quintadeen 8′, Prestant 4′, Woudfluit 2′, Quint 1 1/3′, Sifflet 1′, Sesquialter II-III sterk, Dulciaan 8′, Tremulant.
Manuaal II: C – g3 Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Octaaf 2′, Cornet V sterk, Mixtuur IV-VI sterk, Trompet 8′, Tremulant.
Manuaal III: C – g3 Viool Prestant 8′, Holpijp 8′, Viola 8′, Prestant 4′, Roerfluit 4′, Nasard 2 2/3′, Octaaf 2′, Scherp III-IV sterk, Hobo 8′, Tremulant.
Pedaal: C – f1 Prestant 16′, Subbas 16′, Octaafbas 8′, Gedekt 8′, Octaaf 4′, Ruispijp III sterk, Bazuin 16′.
Koppelingen: Manuaal II – Manuaal I, Manuaal II – Manuaal III, Manuaal I – Manuaal III, Pedaal – Manuaal I, Pedaal – Manuaal II, Pedaal – Manuaal III, Manuaal II – Manuaal I 16′.
Speelhulpen: 1 vrije combinatie, Automatische pedaalomschakeling, Tutti-piston.
