Strasbourg, Cathédrale Notre-Dame, Hoofdorgel

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2010

  • Het grote mechanische sleepladen-orgel in de kathedraal van Straatsburg is gebouwd door Alfred Kern in 1981. De kassen zijn echter veel ouder. Sommige delen dateren al van 1385, terwijl de rest uit de 15de eeuw is. De huidige vorm kreeg het orgel in 1491. Het werd gemaakt door Friedrich Krebs uit Ansbach. In de volgende eeuwen werd het orgel geregeld verbouwd. In de jaren 1713-1716 bouwde Andreas Silbermann een geheel nieuw binnenwerk. Eigenlijk moest Silbermann ook een nieuw front maken. Als gevolg van een storm waren er echter kostbare reparaties nodig aan het dak van de kathedraal, zodat er geen geld meer was voor een nieuwe kas. Wel zijn de beschilderingen en enkele ornamenten vervangen.
  • In 1894/1895 is een modernisering uitgevoerd door de firma H. Koulen & Co., waarbij een verplaatsbare speeltafel werd aangesloten. Het orgel had nu 46 stemmen, was voorzien van elektro-pneumatische tractuur met verschillende speelhulpen, en werd een toon hoger gestemd dan voor de ingreep. Tenslotte is het pedaal door Koulen uitgebreid tot 30 toetsen.
  • In 1908 is het orgel gedemonteerd, en het grootste deel van de metalen onderdelen zijn in 1917 gevorderd. Roethinger bouwde het orgel weer op in 1927-1935. Een gehele reconstructie was noodzakelijk. Van Silbermann waren enkel de frontpijpen over en een enkele pijp uit het binnenwerk. De restauratie leverde wel een groot orgel op, maar het was niet van al te beste kwaliteit.
  • In 1981 bouwde Alfred Kern een geheel nieuw instrument in de kas. Het orgel kreeg een Silbermann-karakter, maar was verder in het geheel geen reconstructie van het werk uit 1716. Het meeste pijpwerk is uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

Dispositie:

Grand-Orgue: C – g3 Bourdon 16′ – discant 1716, Montre 8′ – deels 1716, Bourdon 8′, Prestant 4′ – deels 1716, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′ – deels 1716, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 rangs, Grosse Fourniture 2 rangs, Fourniture 4 rangs, Cymbale 3 rangs, Première Trompette 8′, Deuxième Trompette 8′, Voix Humaine 8′ – 1981, Clairon 4′, Tremblant.
Récit: C – g3 Bourdon 8′, Salicional 8′, Prestant 4′, Doublette 2′, Sifflet 1′ – 1981, Cornet 3 rangs – 1981, Cymbale 4 rangs (vanaf g°), Trompette 8′, Voix Humaine 8′, Hautbois 4′, Tremblant.
Positif: C – g3 Montre 8′ – deels 1716, Bourdon 8′, Prestant 4′ – deels 1716, Flûte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′ – deels 1716, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′ – 1981, Fourniture 3 rangs, Cymbale 3 rangs, Trompette 8′ – 1981, Cromorne 8′, Clairon 4′ – 1981, Tremblant.
Pédale: C – f1 Montre 16′ – deels 1716, Soubasse 16′, Grosse Quinte 10 2/3′, Flûte 8′, Flûte 4′ – deels 1716, Contrebasson 32′ – 1981, Bombarde 16′, Trompette 8′ – 1981, Clairon 4′ – 1981.
Couplers: Accouplement du Positif au Grand-Orgue, Accouplement du Récit au Grand-Orgue, Tirasse Grand-Orgue, Tirasse Récit, Tirasse Positif.