Foto: Arno Pors © 2019
Anton Ehrlich bouwde in 1867 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 12 registers op 1 manuaal en pedaal. Dit instrument werd in 1981 omgebouwd en uitgebreid door Guido Nenninger. Hij plaatste een tweede klavier, 4 registers op het pedaal en op het originele manuaalwerk. Twee registers (Quintatön en Aeoline) zijn vervangen door een Quinte en een Superoctav. Het orgel heeft nu 24 stemmen.
Dispositie
Hauptwerk: Principal 8′, Gedeckt 8′, Gamba 8′, Salicet 8′, Amorosa 8′, Octav 4′, Flöte 4′, Quinte 2 2/3′ – 1981, Superoctav 2′ – 1981, Mixtur 3 fach (2′).
Schwellwerk (1981): Rohrflöte 8′, Fugara 4′, Schwebung 4′, Schwiegel 2′, Octävlein 1′, Terzian 2 fach (1 3/5′), Scharff 3 fach (2/3′), Oboe 8′.
Pedal: Subbaß 16′ – 1981, Violonbaß 16′, Octavbaß 8′, Choralbaß 4′ – 1981, Bauernpfeife 2′ – 1981, Posaune 8′ – 1981.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk.
