Foto’s: J.W. Bonenberg © 2006
Geschiedenis van de orgels in deze
kerk:
Omstreeks 1920 werd er een
orgel gebouwd door de orgelbouwer Mart Vermeulen. Het was een balustrade-orgel met één klavier. De dispositie was:Bourdon 16′ Disc.
Holpijp 8′
Vox Celeste 8′
Viool 8′
Fluit 4′
Octaaf 4′
Octaaf 2′
Trompet 8′
Het enige dat aan dit Vermeulen-orgel herinnert is de hoofdwerkkas
van het huidige orgel. Dit orgel werd gebouwd door de orgelbouwer G.A.C. de Graaf.In 1980 is de quintadeen 8 vervangen door een Viola di Gamba 8′. In 1998 is er een
Cornet 4 st. (HW) aan de dispositie toegevoegd. Deze kwam
in de plaats van de Gemshoorn 2′ die verhuisde naar de plaats van de
Nachthoorn 1′ op het RW. (De nachthoorn is dus niet herplaatst) In 2000 is er een Fagot 16′ op het pedaal toegevoegd en de Trompet 8′ is vernieuwd. Toen is ook de
Prestant een octaaf opgeschoven naar een Prestant 4′.
Dispositie vóór 1980:
Hoofdwerk: ( manuaal II)
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Speelfluit 4′
Octaaf 4′
Nasard 3′
Gemshoorn 2′
Mixtuur 4 st.
Trompet 8′
Tremulant
Rugwerk: (manuaal I)
Holpijp 8′
Quintadeen 8′
Roerfluit 4′
Prestant 2′
Nachthoorn 1′
Sesquialter 2 st.
Dulciaan 8′
Tremulant
Pedaal
Subbas 16′
Baarpijp 8′
Octaaf 4′
3 koppels
Dispositie nà 2000
Hoofdwerk: ( manuaal II)
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Speelfluit 4′
Octaaf 4′
Nasard 3′
Gemshoorn 2′
Mixtuur 4 st.
Cornet 4 st.
Trompet 8′
Tremulant
Rugwerk: (mauaal I)
Holpijp 8′
Viola di Gamba 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Gemshoorn 2′
Sesquialter 2 st.
Dulciaan 8′
Tremulant
Pedaal:
Subbas 16′
Baarpijp 8′
Octaaf 4′
Fagot 16
3 koppels:
Hoofdwerk – Rugwerk
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Rugwerk
| Vulstem | Samenstelling |
| Mixtuur IV sterk (Hoofdwerk) | C: 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c”: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. |
| Sesquialter II sterk (Rugwerk) | C: 1 1/3′ – 1′. c°: 1 3/5′ – 1 1/3′. g°: 2 2/3′ – 1 3/5′. |






