Tholey an der Saar, Benediktinerabtei Sankt Mauritius

Bron foto: Firma Oberlinger

Ik zoek nog een kleurenfoto van het orgel

  • 1739 bouwde Romanus Benedikt Nollet een nieuw orgel voor de abdijkerk in Tholey. Het orgel kreeg een indrukwekkend front in barokstijl. Het binnenwerk is in 1835 vervangen door een nieuw orgel, gebouwd door Jean Frédérick Verschneider, dat in 1839 werd voltooid. In 1929 bouwde Anton Turk opnieuw een nieuw orgel in de oude kassen. En ook dit instrument werd weer vervangen door een nieuw orgel, gebouwd in de jaren 1960-1963 door de firma Gebr. Oberlinger.
  • In de loop van de tijd is de Hintersatz 6 fach van het pedaal vervangen door een Quintbass 10 2/3′. In de jaren 2005-2006 is het orgel door Hugo Mayer gerestaureerd.
  • Er werd in 2020 een geheel nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur in de oude kas dat gebouwd is door Hugo Mayer.

Dispositie:

Hauptwerk: C-g3  Gedackt 16′, Principal 8′, Hohlflaut 8′, Gamba 8′ – 2020, Octave 4′, Waldflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′ – 2020; from Mixtur, Mixtur 5 fach (2′) – 2020, Trompete 8′, Tremulant, Cymbelstern.
Rückpositiv: C-g3  Rohrgedackt 8′, Salicional 8′, Prestant 4′, Blockflöte 4′, Doublette 2′, Sesquialter 2 fach (2 2/3′), Cymbel 4 fach (1′) – 2020, Krummhorn 8′ – 2020, Tremulant.
Schwellwerk: C-g3  Bourdon 16′ – 2020, Holzflöte 8′, Viola 8′ – 2020, Vox Coelestis 8′ – 2020, Principal 4′, Gemshorn 4′, Quinte 2 2/3′ – 2020, Nachthorn 2′, Terz 1 3/5′ – 2020, Harmonia Aetheria 3-5 fach (2 2/3′) – 2020, Fagott 16′ – 2020, Trompete Harmonique 8′ – 2020, Oboe 8′, Tremulant.
Pedal: C-f1 Prinzipalbass 16′, Subbass 16′, Quintbass 10 2/3′, Octavbass 8′, Gedacktbass 8′ – extension, Choralbass 4′, Kontra-Posaune 32′ – 2020; extension, Posaune 16′, Trompete 8′ – extension, Klarine 4′ – extension.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.

Dispositie tot 2020:

Hauptwerk: Bordun 16′, Principal 8′, Gemshorn 8′, Octave 4′, Koppelflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Nachthorn 2′, Cornett 5 fach (discant), Mixtur 4-6 fach, Cymbel 3 fach, Trompete 8′, Klarine 4′, Tremulant.
Rückpositiv: Rohrgedackt 8′, Salicional 8′, Prästant 4′, Blockflöte 4′, Octave 2′, Larigot 1 1/3′, Sesquialter 2 fach, Scharff 4-6 fach, Dulcian 16′, Krummhorn 8′, Tremulant, Cymbelstern.
Brustwerk: Holzgedackt 8′, Quintade 8′, Hohlflöte 4′, Kleingedackt 4′, Nasard 2 2/3′ (discant), Principal 2′, Terz 1 3/5′ (discant), Flageolet 2 fach (1′), Klingend Cymbel 5 fach, Oboe 8′, Vox Humana 8′, Tremulant.
Pedal: Principalbass 16′, Subbass 16′, Quintbass 10 2/3′, Octavbass 8′, Gedacktpommer 8′, Choralflöte 4′, Posaune 16′, Trompete 8′, Trompete 4′, Cornett 2′.
Overige registers: Zimbelstern.
Koppelingen: Hauptwerk – Brustwerk, Hauptwerk – Rückpositiv, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Brustwerk.
Speelhulpen: Setzer-Kombinationen – 2006, 4 freie Kombinationen, 1 freie Pedalkombination, Organo Pleno, Tutti, Walze.