Toulouse, Église Notre-Dame-de-la-Dalbade

Foto’s: Bram Luteyn © 2019

Théodore Puget bouwde in 1888 een nieuw drieklaviers mechanisch sleepladen-orgel voor de kerk van Notre-Dame-de-la-Dalbade te Toulouse (Haute-Garonne (31)). Het pedaal werd uitgevoerd met een elektrische tractuur. Op 22 november 1888 verzorgde Charles-Marie Widor het inauguratieconcert. In 1930 verbouwde Maurice Puget het orgel, waarbij het pedaal een pneumatische kegellade kreeg. André Touzel, Phillipe Bachet en Frédérick Herviant restaureerden het instrument in de jaren 1982-1986. Zij hebben de originele dispositie en de oorspronkelijke pedaaltractuur hersteld.

Dispositie:

Grand-Orgue: C – g3 Montre 16′, Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Harmonique 8′, Viole de Gambe 8′, Salicional 8′, Prestant 4′, Quinte 2 2/3′, Doublette 2′, Piccolo 1′, Grand Cornet 5 rangs, Fourniture 4 rangs, Cymbale 4 rangs, Bombarde 16′, 1ère Trompette 8′, 2ème Trompette (Harmonique) 8′, Clairon 4′.
Positif Expressif: C – g3 Bourdon-Quintaton 16′, Bourdon Harmonique 8′, Diapason 8′, Violoncelle 8′, Unda Maris 8′, Dulciana 4′, Flûte Douce 4′, Doublette 2′, Cornet-Carillon 3 rangs, Baryphone 16′, Trompette 8′, Cromorne 8′, Clairon 4′.
Récit Expressif: C – g3 Bourdon 8′, Flûte Harmonique 8′, Cor de Nuit 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Flûte Octaviante 4′, Octavin Harmonique 2′, Trompette Harmonique 8′, Basson-Hautbois 8′, Euphone 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′.
Pédale: C – f1 Bourdon 32′, Contrebasse 16′, Soubasse 16′, Flûte Ouverte 8′, Octave 4′, Bombarde 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.