Utrecht, Evangelisch Lutherse Kerk

Foto’s: Wim Verburg – 30 juni 2001/2008

Concert Ev. Luth Kerk – concert Jamie de Goey

Het programma zoals Jamie de Goey bracht is leuk, waarbij ik zelf het Thema met Variaties van Köhler het meest interessant vond. Achteraf gezien vond ik het programma interessant en afwisselend. Toen ik het beluisterde (nrs. 1 t/m 5) vond ik het aandeel van langzame muziek een beetje groot. Maar de muziek van Köhler vergoedde alles! Het lijkt alsof deze muziek voor dit orgel is geschreven…..
Het tutti van dit orgel vind ik niet zo prettig klinken. Het lijkt me dat één register (de cornet?) een beetje afbreuk doet aan de totaalklank.

d’Aquin, (1694-1772) Le Coucou: een charmant werkje, dat goed op dit orgel blijkt te klinken. We konden (bijna letterlijk) de koekkoek horen roepen…..
Pachelbel, (1653-1706) Ciacona in f-moll: 
Het tempo van dit stuk vond ik aan de langzame kant: zo was de spanning moeilijk vast te houden. Misschien zou in een andere kerkruimte met meer galm de verstilde dramatiek van dit werk veel beter tot uiting komen met dit tempo. Ook is het Witte- orgel in deze ruimte m.i. te nuchter om de spanning van dit stuk tot zijn recht te laten komen.

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788), Sonate 1 (uit Württembergischen Sonaten)
Het Witte-orgel in deze kerk blijkt heel goed als medium voor galante muziek te funktioneren. De stijfheid die sommige Witte-orgel kenmerkt, ontbreekt hier. De speelse loopjes (en arpeggio’s) zoals in het eerste deel van de sonate komen hier goed tot hun recht.

Johann Ludwig Krebs (1713-1780), Trio in Es.
Een trio spelen op een Witte-orgel is een waagstuk. Vaak is het pedaal aangehangen, en een vrij pedaal is voor een trio onmisbaar. (Op dit orgel spreekt de bourdon 16 in het pedaal.)
Toch wist Jamie de Goey het muziekwerk overtui- gend te brengen, ook al is het orgel (geheel in Witte- lijn!) in de bas (veel) minder sterk dan in de discant. Toch kostte het me eerst wat moeite om het trio- karakter te herkennen: de gebruikte registers verschilden te weinig van elkaar om een duidelijk “tegenover” te vormen. Gezien de huidige dispositie
van het orgel zat er waarschijnlijk niets anders op.
Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847), Präludium in c.
Bij deze componist horen we de serieuze ernst van de romantiek. De galante periode is dan al verlaten.
De vrolijkheid van de zon is in deze muziek verdwenen, en maakt plaats voor de avond- schemering. Of niet?

Toch keert ook in de Romantiek de zon weer terug, en wel in het Thema mit Variationen van Ernst Köhler. (1799-1847) Deze werkelijk schitterende vertolking van Jamie de Goey was het hoogtepunt van dit concert. Het thema is een rustig en duidelijk begin. Daarna wordt het in de eerste variatie al wat drukker en sneller. De tweede variatie is een beetje ondeugend met al die triolen. Zulke knipoogjes doorbreken meteen ook het saaie en stijve imago van orgels en orgelspel.

De derde variatie is vol aktie; na een chromatische loop komt de reprise.
Als rust na gedane arbeid komt de vierde variatie. Een stukje bezinning op wat men gedaan heeft……
hier is het lage tempo juist indrukwekkend. Om niet in slaap te sukkelen, komt direkt na deze variatie een hoop lawaai….. en aktie! (over het tutti en de cornet schreef ik al eerder) Na de wilde gang door diverse toonsoorten komt het thema weer terug, maar dan als een variatie. Alles komt tot rust……..

De dispositie van het Johan Frederik Witte-orgel: 1880

Hoofdwerk: (C-f3) Bovenwerk (C-f3) Pedaal (C-d1)
Bourdon 16 Holfluit 8 Bourdon 16
Prestant 8 Salicet 8
Roerfluit 8 Viola 8
Octaaf 4 Fluit 4
Quint 3 Violini 4
Octaaf 2
Cornet V
Trompet 8

Koppelingen: Manuaalkoppel, Pedaalkoppel (keerkoppel).
Speelhulpen: Ventiel.