Utrecht, Jacobikerk, Hoofdorgel

Foto’s: Wim Verburg © 2007

Het orgel heeft een rijke geschiedenis. Al in 1509 was sprake van een orgel, gebouwd door Gerrit Pietersz.
De hoofdwerkkas is zo’n beetje het enige van Gerrit Pietersz dat is overgebleven. In de eeuwen erna is er het nodige aan het orgel veranderd. In 1609 was de dispositie na een omvangrijke restauratie door De Swart en Van Lin als volgt: (zie rechts)
Hoofdwerk: Blokwerk – Praestant 12, Octaaf 6, Octaaf 3, Mixtuur, Scherp.
Rugpositief: Praestant 6, Quintadeen 6, Octaaf 3, Fluit 3, Mixtuur, Scherp, Schalmei 6, Touzijn 6
Bovenwerk: Holpijp 6, Fluit 3, Nasard, Gemshoorn 1 1/2, Sifflet, Cimbel, Trompet 6
Pedaal: aangehangen.
   
In 1742 voerde Garrels een ingrijpende ombouw uit, waarbij het hoofdwerk geworden is zoals we deze kennen. De dispositie was toen als volgt: Hoofdwerk: Prestant 16, Octaaf 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Open Fluit 4, Roerfluit 4, Quint 3, Octaaf 2, Woudfluit 2, Mixtuur, Sexquialter, Cornet, Trompet 8
Rugwerk: Prestant 8, Quintadeen 8, Octaaf 4, Superoctaaf 2, Flageolet 1, Mixtuur, Sexquialter
Pedaal: Bourdon 16, Octaaf 8, Octaaf 4, Mixtuur, Bazuin
   
Na de ingrijpende ombouw van Meere 1823, en latere wijzigingen werd de dispositie:

 

Hoofdwerk: Prestant 16, Octaaf 8, Holpijp 8, Violon 8 Octaaf 4, Roerfluit 4, Octaaf 2, Waldfluit 2, Quint 3, Mixtuur, Sexquialter, Cornet, Trompet 8
Rugpositief: Praestant 8, Holpijp 8, Quintadena 8, Gamba 8, Vox Celeste 8, Octaaf 4, Gemshoorn 4,  Woudfluit 2, Mixtuur, Fagot 8, Vox Humana 8
Pedaal: Bourdon 16, Octaaf 8, Bourdon 8 Octaaf 4,  Bazuin 16

De huidige dispositie:

Hoofdwerk: (C-c3)
Prestant 16
Octaaf 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Openfluit 4
Roerfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Woudfluit 2
Mixtuur 4-5-6 st. B/D
Sexquialter 3 st.
Cornet 4 st.
Trompet 8
Tremulant
 
Rugpositief: (C-c3)
Prestant 8
Fluittravers 8 D
Holpijp 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Gemshoorn 4
Octaaf 2
Woudfluit 2
Quint 1 1/2
Flageolet 1
Mixtuur 3-6 st. B/D
Carillon 3 st. D
Sexquialter 2 st. D
Fagot 8 B/D
Vox Humana 8 B/D
Tremulant
Pedaal: (C-d1)
Prestant 16 (transm. HW)
Bourdon 16
Octaaf 8
Octaaf 4
Mixtuur 4-5 st.
Bazuin 16
Foto’s: Wim Verburg © 2007

Bron: Het Garrels/Meere-orgel in de Jacobikerk te
Utrecht, uitgave Heringebruiknemingscommissie
Jacobi-orgel, 1997

Koppelingen: Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Rugwerk (1978), Hoofdwerk – Rugwerk (gedeeld).
Speelhulpen: Afsluiters, Ventiel.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur IV-V-VI sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Sesquialter III sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1′ – 4/5′. c°: 4′ – 2′ – 1 3/5′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 1 3/5′.
Cornet IV sterk discant (Hoofdwerk) c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Carillon III sterk discant (Rugwerk) c’: 4′ – 1 3/5′ – 1′.
Sesquialter II sterk discant (Rugwerk) c’: 2 2/3′ – 1 3/5′.
Mixtuur III-VI sterk (Rugwerk) C: 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′. c’: 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′. c”: 4′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′. c”’: 4′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′.
Mixtuur IV-V sterk (Pedaal) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′.