Foto: Bram Luteyn © 2026
Guillaume Lessélier bouwde in 1627 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Église Saint-Martin in Veules-les-Roses (Seine-Maritime (76)) Frankrijk. In 1766 werd het instrument gerestaureerd en uitgebreid door Jean Baptiste Nicolas Lefebure. Charles Gadault bouwde het in 1866 om. In 1931 werd het orgel omgebouwd door Jean-Georges Koenig. Manufacture de Grandes Orgue Ruche & Cie. voerde in 1947 diverse werkzaamheden uit. In 1974 voerde Josef Gutschenritter diverse werkzaamheden uit aan het instrument. Jacques Barbéris restaureerde het orgel in 1982. In een onbekend jaar in de 20e eeuw zijn de sleepladen vervangen door kegelladen en de tractuur gewijzigd in elektro-pneumatiek. Het orgel heeft 20 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
GRAND ORGUE (C – c4) 61 TOETSEN: Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte Harmonique 8′, Prestant 4′, Flûte Douce 4′, Doublette 2′, Plein-Jeu 4 rangs.
RÉCIT EXPRESSIF (C – c4) 61 TOETSEN: Cor de Nuit 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Flûte 4′, Nazard 2 2/3′, Flageolet 2′, Tierce 1 3/5′, Trompette 8′, Cromorne 8′, Trémolo.
PÉDALE (C – g1) 32 TOETSEN: Soubasse 16′, Bourdon 8′, Flûte 4′.
KOPPELINGEN: Accouplement du Récit au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue en 16′, Accouplement du Récit au Grand Orgue en 4′, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit, Tirasse Récit en 4′.
SPEELHULPEN: Appel Mixtures, Appel Anches.
