Foto: Cmcmcm1, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
De Kaiserjubiläumskirche in Wien (Wenen) Oostenrijk, werd in de periode 1900-1910 gebouwd, maar de kerk was toen nog niet voltooid. Op 2 november 1913 werd het kerkgebouw gewijd. De bouw duurde hierna nog vele jaren. In 1939-1940 heeft de firma Rieger een nieuw elektro-pneumatisch Taschenladen-orgel voor de kerk gebouwd met 56 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal. Dit instrument werd op 7 juli 1940 ingewijd.
Dispositie:
HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Prinzipal 16′, Prinzipal Major 8′, Hohlflöte 8′, Gedacktpommer 8′, Viola di Gamba 8′, Oktave 4′, Kupferflöte 4′, Oktavin 2′, Nachthorn 2′, Quinte 2 2/3′, Groß-Mixtur 7 fach, Mixtur 4 fach, Bombarde 16′, Tuba 8′.
POSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Lieblich Gedackt 16′, Prinzipal 8′, Rohrflöte 8′, Salicional 8′, Klein Prinzipal 4′, Gemshorn 4′, Sesquialtera 2 fach (2 2/3′), Blockflöte 2′, Schwiegel 1′, Scharff 5 fach, Dulcian 16′, Krummhorn 8′, Regal 4′, Tremolo.
SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Harfenprinzipal 8′, Zartflöte 8′, Schwebung 8′ (2 fach), Rohrquintade 4′, Querflöte 4′, Nassat 2 2/3′, Prinzipal 2′, Terzflöte 1 3/5′, Kleinquinte 1 1/3′, Septime 1 1/7′, Flautino 1′, Terz-Zimbel 2 fach, Trompete 8′, Vox Humana 8′, Tremolo.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Untersatz 32′, Prinzipalbass 16′, Subbass 16′, Zartbass 16′, Oktavbass 8′, Gedacktbass 8′, Choralbass 4′, Nachthorn 2′, Hintersatz 6 fach, Posaune 16′, Dulzian 16′, Basstrompete 8′, Krummhorn 8′, Klarine 4′, Regal 2′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk.
