Foto: RomkeHoekstra, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
In 1863 bouwde E.F. Walcker bouwde een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met mechanische sleepladen in de Marktkirche te Wiesbaden. Deze kerk is in de jaren 1852-1862 gebouwd en vervangt de in 1850 door brand verwoeste Mauritiuskirche. Het nieuwe orgel kreeg drie manualen en 53 stemmen. Dezelfde firma breidde het instrument in 1900 uit en bouwde het om naar een pneumatische tractuur. De firma Sauer breidde het orgel in 1929 weer uit, waarna het orgel 74 stemmen had en vier manualen. In 1929 werd de tractuur elektrisch gemaakt. De firma Walcker voerde in 1949 een restauratie uit.
De firma Oberlinger restaureerde het orgel in 1970/1971. Hierbij werd het Rugpositief hersteld in een nieuwe kas, en verder breidde men het uit met een Brustwerk toe. Het orgel werd in 1982 volledig omgebouwd door Oberlinger. Het zwelwerk werd meer Frans georiënteerd, het Brustwerk maakte plaats voor een Bombardewerk en de dispositie en de tractuur werden veranderd. Het rugwerk uit 1970 is als zelfstandig koororgel in het koor van de kerk geplaatst. Hans Uwe Hielscher was adviseur bij deze werkzaamheden. In 1985 breidde Oberlinger het orgel uit met drie Spaanse trompetten.
In de jaren 2013-2014 is het orgel door de firma Raab & Plenz gerestaureerd. In 2013 renoveerde men het Schwellwerk, in 2014 volgden het Hauptwerk en Positiv. Het sleepladen-orgel heeft mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 73 stemmen, 4 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
HAUPTWERK (C-g3) 56 TOETSEN: Praestant 16′, Gedackt 16′, Principal 8′, Gemshorn 8′, Bourdon 8′, Doppelflöte 8′, Octave 4′, Rohrflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Flachflöte 2′, Cornett 3-5 fach (2 2/3′) – 1929, Mixtur 5-6 fach (1 1/3′) – 1929, Cymbel 4 fach (2/3′) – 1982, Fagott 16′, Trompete 8′ – 1982.
POSITIV (C-g3) 56 TOETSEN: Gambe 16′ – 1982, Praestant 8′, Gedackt 8′, Salicional 8′, Unda Maris 8′, Principal 4′ – 1982, Salicet 4′ – 1982, Spillflöte 4′ – 1970, Principal 2′, Larigot 1 1/3′ – 1970, Fourniture 5 fach (1 1/3′) – 1970, Dulcian 16′ – 1970, Cromorne 8′ – 1970, Rohrschalmey 8′ – 1983, Tremulant – Instelbaar.
SCHWELLWERK (C-g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′ – 1929, Principal 8′ – 1929, Flûte 8′, Flûte à Cheminée 8′ – 1938, Viole de Gambe 8′, Voix Céleste 8′, Octave 4′ – 1929, Flûte Conique 4′, Nazard 2 2/3′ – 1929, Doublette 2′ – 1929, Tierce 1 3/5′ – 1929, Septième 1 1/7′ – 1970, Piccolo 1′ – 1970, Plein-Jeu 5-7 fach (1 1/3′) – 1970, Basson 16′ – 1982, Trompette 8′ – 1970, Hautbois 8′ – 1982, Voix Humaine 8′, Clairon 4′ – 1970, Tremulant – Instelbaar.
BOMBARDEWERK (C-g3) 56 TOETSEN: Flûte Harmonique 8′ – 1982, Flûte Octaviante 4′ – 1983, Cornet 5 fach (from c°) – 1982, Fourniture 4 fach (2 2/3′) – 1982, Bombarde 16′ – 1982, Trompette 8′ – 1982, Clairon 4′ – 1982.
CHAMADEWERK (GEEN EIGEN MANUAAL) (C-g3) 56 TOETSEN: Trompette en Chamade 16′ – 1985, Trompette en Chamade 8′ – 1985, Trompette en Chamade 4′ – 1985.
PEDAL (C-f1) 30 TOETSEN: Grand Bourdon 32′, Principalbaß 16′, Violonbaß 16′ – 1910, Subbaß 16′, Octavbaß 8′ – 1982, Offenbaß 8′, Choralbaß 4′ – 1970, Baßflöte 4′ – 1929, Baßzink 2 fach (5 1/3′) – 1970, Rauschpfeife 4 fach (2 2/3′) – 1929, Bombarde 32′ – 1929, Posaune 16′ – 1970, Trompete 8′, Clarine 4′ – 1982.
OVERIGE REGISTERS: Cymbelstern.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Bombardewerk, Positiv – Schwellwerk, Positiv – Bombardewerk, Schwellwerk – Bombardewerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Bombardewerk.
SPEELHULPEN: 640 elektronische combinaties (8 x 8 x 10), Register-Crescendo (42 Stufen), Zungeneinzelabsteller, Zungenabsteller, General-Tutti.
