Winkel, Lucaskerk

Foto’s Wim Verburg – 2002

De dispositie van het Knipscheer-orgel: (1862)

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-6 st. B/D
Cornet 4 st.
Trompet 8 B/D
Nevenwerk: (C-f3)
Bourdon 8
Baarpijp 8
Viool 8
Prestant 8 D
Prestant 4
Dwarsfluit 4
Gemshoorn 2
Dulciaan 8
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Octaafbas 8
Fagot 16
Tremulant
Ventiel

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk.