Winterswijk, Grote- of Jacobskerk, Hoofdorgel

De dispositie van het Naber (1831) / Metzler-orgel: (1970)

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16  *
Praestant 8
Holpijp 8 *
Octaaf 4 *
Spitsfluit 4
Quint 3 *
Octaaf 2 *
Terts 1 3/5
Mixtuur IV-VI
Trompet 8
Rugwerk: (C-f3)
Gedekt 8 *
Praestant 4
Roerfluit 4
Octaaf 2 *
Gemshoorn 2
Scherp IV
Cornet IV
Dulciaan 8
Tremulant
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16 *
Praestant 8
Roerquint 6
Octaaf 4
Bazuin 16
Trompet 8
* = geheel 1831

Koppelingen: Manuaalkoppel bas/discant, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Rugwerk.