Wolfenbüttel, Hauptkirche Beatae Mariae Virginis (Marienkirche)

Bron foto: Ansichtkaart

  • Het grote orgel van de Marienkirche te Wolfenbüttel (Niedersachsen) heeft een hoofdwerkkas uit de jaren 1620-1624, gemaakt door Gottfried Fritzsche. Er zijn ook nog enkele registers van hem bewaard gebleven. Fritzsche bouwde het orgel voor de toen nieuwe kerk. Adviseur bij de bouw was Michael Praetorius, die echter op 15 februari 1621 overleed, ruim voordat het orgel was voltooid. Het orgel kreeg drie manualen en pedaal, en bij de bouw werd de dispositie die Praetorius had opgesteld in grote lijnen gevolgd. In 1655 vernieuwd Jonas Weigel de Trompete 8′ van het Hauptwerk. Friedrich Besser herstelde in 1671 de rugwerklade en breidde dispositie van dit werk uit met een Sesquialtera.
  • In 1760 is het orgel omgebouwd. Het rugwerk werd als bovenwerk achter het orgel geplaatst. De rugwerkkas werd verwijderd.
  • In 1877 bouwde de firma Furtwängler & Hammer een nieuw orgel in de oude kas.
  • Het huidige sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur is in 1959/1960 in de kassen van Fritzsche gebouwd door Karl Schuke. Ook werd door hen de rugwerkkas gereconstrueerd. Adviseur bij de werkzaamheden was Martin Seebaß.
  • De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend, de toonhoogte is a’ = 440 Hz. De winddruk is 58 mm voor het Brustwerk, 65 mm voor het Kronwerk, 75 mm voor het Rückpositiv, 80 mm voor het Hauptwerk en 85 mm voor het Pedal.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Principal 16′, Oktave 8′, Spitzflöte 8′ – 1621, Oktave 4′, Koppelflöte 4′, Nassat 2 2/3′, Oktave 2′, Cornett 3-5 fach, Mixtur 6-8 fach, Scharff 4 fach, Trompete 16′, Trompete 8′.
Rückpositiv: C – g3 Quintadena 16′ – 1621, Principal 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′ – 1621, Spitzgedackt 4′ – 1621, Feldpfeife 2′ – 1621, Quinte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach, Oberton 2 fach, Scharff 5-7 fach, Dulzian 16′, Schalmei 8′, Tremulant.
Brustwerk: C – g3 Gedackt 8′, Rohrflöte 4′, Principal 2′, Oktave 1′, Terzian 2 fach, Scharff 4 fach, Vox Humana 8′, Holzregal 4′, Tremulant.
Kronwerk: C – g3 Quintadena 8′, Nachthorn 4′, Blockflöte 2′, Nassat 1 1/3′, Rauschwerk 4 fach, Zimbel 6 fach, Bärpfeife 16′, Trichterregal 8′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Principal 16′, Untersatz 16′, Oktave 8′, Gedacktbaß 8′, Oktave 4′, Pommer 4′, Bauernflöte 2′, Basaliquot 4 fach, Mixtur 8 fach, Posaune 16′, Trompete 8′, Trompete 4′, Singend Cornett 2′.
Other stops: Cymbelstern.
Couplers: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Brustwerk, Rückpositiv – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Brustwerk.
Accessories: Setzerkombinationen.