Zaltbommel, Sint Martinuskerk, Hoofdorgel

Foto’s: Daan Hugens,  ©  2004

M.C. Tiggelman, orgelmaker te Zaltbommel schreef over dit orgel het volgende:
Verantwoording voor de herstelwerkzaamheden aan dit orgel in 1988 en 1989
De windladen en de Mixtuur werden gerestaureerd volgens het oorspronkelijke gegeven.  Alle overige delen werden gereviseerd, hersteld of vernieuwd.
De windladen waren onbruikbaar : alle lijmverbindingen waren los en op veel plaatsen waren er grote lekken in
de windladen.
De windladen van het bovenwerk was in het midden niet ondersteund en daardoor dan ook 1½ cm. doorgezakt. De pijpstokken waren hierdoor kromgetrokken.

De windladen werden na het uit elkaar nemen opnieuw in elkaar gelijmd, gevlakt en met dubbel leder bekleed.  Het draadwerk en de veren werden vernieuwd.  De pulpeten werden opnieuw gemaakt van geitenleder. De registerslepen werden in het natte jaargetijde afgesteld en wel flink zwaar.  Toch zal men zich moeten realiseren dat wanneer men in de toekomst royaler gebruik gaat maken van de hetelucht verwarming, dat dit gevolgen zal hebben voor de afstelling van de slepen.
Het mechaniek en de klaviatuur werden zo goed mogelijk gereviseerd.
De toetsen werden van nieuwe stiften voorzien.  De omlijsting van de klavieren werd eenvoudig in orde gemaakt.  Van de fraaie met ebbenhout en ivoor ingelegde omlijsting zijn enkele brokstukken bewaard gebleven, waarop slechts wat sporen van de oorspronkelijke omlijsting terug te vinden zijn.  De lessenaar is weer in de oude vorm terug gebracht en de verlichting werd op discrete wijze ingebouwd.
Omdat in 1948 een dertig tonen omvattend pneumatisch pedaal werd gemaakt, hebben wij thans ook de pedaal-koppel met 3 tonen uitgebreid.  Het pedaal-wellenbord werd geheel vernieuwd.
De ligging ten opzichte van het klavier werd verbeterd.  De afstand tussen pedaal en de klaviertoetsen werd met
5 cm. vergroot door het maken van een nieuwe en lagere beun.  Ook de orgelbank werd beter bruikbaar
gemaakt voor klassiek pedaalspel.
Bij het revisie van het pijpwerk is het ons opgevallen dat de fluiten het best bewaard zijn gebleven, hoewel ook deze pijpen flink van kernstokken zijn voorzien.
De overige oorspronkelijke registers, zoals de Prestant 8’ m.n. het gedeelte op de windlade, de Octaaf 4’, de Quint 3’, Octaaf 2’, de Fluit Travers 8’ en de Mixtuur zijn in het verleden een ½ toon opgeschoven. De
Mixtuur-samenstelling was tot 3 sterk veminderd.  De pijpen van dit register werden terug geplaatst en verlengd. De ontbrekende pijpen werden nieuw bij gemaakt.
De frontpijpen zijn ontdaan van een dikke laag aluminiumverf. Vervolgens zijn de pijpen uitgedeukt, geschuurd
en gepolijst.
Het houtsnijwerk werd door  I. Herrewijnen te Spijkernisse gerestaureerd en het ontbrekende werd door hem bijgemaakt.
Het verfwerk werd opgeknapt en de voorkant van het orgel werd van een nieuwe eiken imitatie verflaag voorzien door de fa. Burnet.
Het werk werd uitgevoerd onder toezicht van de heer H. v.d. Harst.
Zaltbommel   april  1989,        M.C. Tiggelman

Over de dispositie die hij aantrof, schreef Tiggelman:
Pijpen van Naber, al dan niet in oorspronkelijke staat

Bourdon 16’                                          Hoofdwerk
Prestant 8’                                             ”                              af dis ’’ een ½ toon opgeschoven
Holpijp 8’                                               ”
Octaaf 4’                                                ”                              een ½ toon opgeschoven
Roerfluit 4’                                             ”
Quint 3’                                                  ”                              een ½ toon opgeschoven
Octaaf 2’                                                ”                              een ½ toon opgeschoven
Mixtuur 3 – 6 sterk                                 ”                              gereconstrueerd volgens Naber
Fluit Travers 8’                                     Bovenwerk           diskant.  baskant gecomb. met Bourdon 8’
een ½ toon opgeschoven
Roerfluit 8’                                            ”
Bourdon 8’                                            ”
Fluit 4’                                                   ”

Niet oorspronkelijke registers uit 1913 en 1948.
Terts 1 3/5’                                            Hoofdwerk
Trompet 8’                                             ”
Octaaf 2’                                                Bovenwerk
Gamba 8’                                                ”
Sesquialter  2 sterk                                  ”
Basson Hobo 8’                                      ”
Subbas 16’                                             Pedaal
Octaaf 8’                                                ”

De huidige dispositie:

Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant  8’
Bourdon  16’
Holpijp  8’
Octaaf  4’
Roerfluit  4′
Quint  3’
Octaaf  2’
Terts  1 3/5’
Mixtuur B/D
Trompet B/D 8′
Bovenwerk: (C-f3)
Roerfluit  8’
Fluit Travers 8’
Bourdon  8’
Viola di Gamba  8’
Fluit  4’
Octaaf  2’
Sexquialter
Hobo  8’
Pedaal: (C-f1)
Subbas  16’
Octaaf  8’Koppels:
P + HW
HW + BW
Stemming  a = 440Hz  gelijkzwevend