Zwolle, Plantagekerk

De dispositie van het Hendriksen & Reitsma-orgel
(1996, met veel ouder pijpwerk)

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Salicionaal 8
Octaaf 4
Gedekte fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 4-5 st.
Cornet 4 st.
Trompet 8 B/D
Tremulant
Zwelwerk: (C-f3)
Prestant 8
Holpijp 8
Viola di Gamba 8
Prestant 4
Roerfluit 4
Quintfluit 3
Woudfluit 2
Ruispijp 2 st.
Sesquialter 1-2 st.
Dulciaan 8
Tremulant
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Prestant 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Bazuin 16
Trompet 8
Klaroen 4

Koppelingen: Hoofdwerk – Zwelwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur IV-V sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4 – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. f”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Cornet IV sterk (Hoofdwerk) C: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Sesquialter I-II sterk (Zwelwerk) C: 1 3/5′. a°: 2 2/3′ – 1 3/5′.