Amsterdam, Sint Willibrordus binnen de Veste (De Duif), Hoofdorgel

Foto’s: Jan Smelik © 2007

In 1862 bouwde F.C. Smits het orgel in Amsterdam. Het is één van de weinige Smits-orgel buiten Noord-Brabant. In 1882 werd het door de bouwer vergroot en voltooid. Adema plaatste in 1896 een Barker-machine op het Hoofdwerk. In 1941/1942 voerde Joseph Adema een restauratie uit, waarbij hij de dispositie ook wijzigde. Het werd jarenlang niet gebruikt, totdat in 1985 aan de bel werd getrokken. Het instrument was al in 1973 door de gemeente Amsterdam gekenmerkt als een uitzonderlijk instrument in de klasse A. Restauratie liet lang om zich wachten:
pas in 1997 werd begonnen door Vermeulen uit Weert. Hans van der Harst stelde een plan op voor de restauratie. Na het opgaan van Vermeulen in het bedrijf van Flentrop zette deze firma de restauratie van het pijpwerk voort. De windladen, blaasbalgen en het rugpositief werden uitbesteed aan de firma Elbertse te Soest. De dispositie na restauratie in ca. 2003:
 
Hoofdwerk: (C-f3) 
Prestant 16
Bourdon 16
Octaaf 8
Holpijp 8
Portunaal 8
Octaaf 4
Openfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Cornet V sterk
Mixtuur 3-4 st. 2′
Cornet 5 st.
Trompet 8
Bovenwerk (C-f3, in zwelkast): 
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Viola di Gamba 8
Vox Coelestis 8
Octaaf 4
Gemshoorn 4
Viola 4
Violine 2
Sexquialter 1-2 st.  3′
Euphone 16
Clarinet 8
Tremulant
Rugwerk: (C-f3)
Bourdon 16 D
Salicet 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Viool prestant 4
Holfluit 4
Dulcina 2
Picolo 2
Sifflet 1
Cornet 4 sterk
Fagot-Hobo 8
Tremulant
Pedaal: (C-f1) 
Major 32
Prestant 16
Subbas 16
Violon 16
Quintgedekt 12
Cello 8
Wijdgedekt 8 (gereserveerd)
Gedekt 4
Bazuin 16Koppels: HW+ZW, HW+RW,
P+HW, P+ZW
2 combinaties RW