Angoulême, Église Saint-André

Bron foto: Paroisse Saint André

In 1889 bouwde Louis Debièrre een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Église Saint-André in Angoulême. Bij de bouw werd een ouder front gebruikt. Het orgel is in 1913 gereviseerd door Debièrre. In 1943 voerde Robert Boisseau een restauratie uit. Hij vergrootte de pedaalomvang en breidde het orgel uit met een Soubasse. In 1980 is het orgel door Alain Thomas gerestaureerd en verder uitgebreid, met elf nieuwe registers.

Dispositie:

Grand Orgue: C – f3 Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Doublette 2′, Fourniture 4 rangs, Cromorne 8′.
Récit Expressif: C – f3 Flûte 8′ – 1980, Flûte 4′ – 1980, Nazard 2 2/3′ – 1980, Quarte de Nazard 2′ – 1980, Tierce 1 3/5′ – 1980, Sifflet 1′ – 1980, Cymbale 3 rangs – 1980, Trompette 8′ – 1980.
Pédale: C – g1 Soubasse 16′ – 1943, Flûte 8′ – 1980, Flûte 4′ – 1980, Sordun 16′ – 1980, Chalumeau 4′ – 1980.
Couplers: Accouplement du Récit au Grand Orgue, Tirasse Grand Orgue, Tirasse Récit.