Auxonne, Église Notre-Dame

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2011

  • In 1789 bouwde François Callinet een nieuw orgel voor de Notre-Dame in Auxonne (Côte d’Or (21)). Bij de bouw werden de orgelkas en een deel van het pijpwerk overgenomen van het oude orgel van de kerk. De hoofdwerkkas dateert van rond 1500, het rugpositief werd in 1716 toegevoegd door Guillaume Mourez. In de negentiende eeuw is het orgel nauwelijks gewijzigd. In 1925 voerde Jules Bossier een revisie uit, waarbij hij het aantal registers terugbracht van 30 naar 22.
  • In de jaren 1984-1999 is de situatie van 1789 gereconstrueerd door Claude Jaccard, Pierre Chéron en Laurent Plet. Op 17 oktober 1999 is het mechanische sleepladen-orgel weer in gebruik genomen met een concert door André Isoir.
  • Het pedaalklavier is een kistpedaal.

Dispositie:

Grand Orgue: CD – f3 Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Dessus de Flûte 8′ (discant), Prestant 4′, Grand Tierce 3 1/5′, Nazard 2 2/3′, Quarte 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 rangs (discant), Plein-Jeu + Doublette 7-8 rangs, 1ère Trompette 8′, 2èmeTrompette 8′, Clairon 4′.
Positif: Bourdon 8′, Flûte 8′ (vanaf f°), Prestant 4′, Nazard 2 2/3′, Tierce 1 3/5′, Carillon 3 rangs (discant), Fourniture + Doublette 3 rangs, Cymbale 2 rangs, Trompette-Hautbois 8′, Cromhorne 8′.
Récit: g – f3 Bourdon-Flûte 8′ (2 rangs), Cornet 4 rangs, Tremblant Doux.
Pédale: Contra-F – f zonder cis-klein  Flûte 8′, Flûte 4′, Clarinette 3′, Clairon 4′, Trompette 12′.