Foto’s en Tekst Willemijn Hissink & Tjalling Roosjen © 20o9
Het orgel is in 1683 gebouwd door Samuel Gercke en vader en zoon Heinrich Herbst. Het is één van de oudste orgels van Mecklenburg.
Door de eeuwen heen is het instrument diverse malen gewijzigd. Eind jaren 70 was het instrument zo goed als onbespeelbaar.
In de jaren 1980 – 1983 is het orgel gerestaureerd en gereconstrueerd door de firma Schuke uit Potsdam. De orgelluiken werden opnieuw aangebracht. Wel bleef de magazijnbalg uit 1905 gehandhaafd. De pedaaltorens kunnen gesloten worden door rolgordijnen die evenals de luiken beschilderd zijn. Deze rolgordijnen zijn een unicum in de orgelwereld. Grappig detail is dat met het uittrekken van de Gedact 8′ de leeuwen onderaan het orgel met hun ogen rollen en hun tong bewegen. Op één van de foto’s staat zo’n leeuw. Ook bezit het een uniek register: Hahnengeschrei. Men hoort dan een haan kraaien. De toonhoogte is 1/2 komma boven normaal. De stemmingstemperatuur is Middentoontemperatuur met 1/4-syntonische komma en de winddruk is 70 mm.
Dispositie:
OBERWERK (CDE – c3) 47 TOETSEN: Quintadena 16′, Principal 8′, Spitzfleute 8′, Gedact 8′, Octave 4′, Nassate 3′, Superoctave 2′ – 1983, Tertz dobbelt 2 fach, Mixtur 4-5 fach – 1983, Trompete 8′ – 1983.
RÜCKPOSITIV (CDE – c3) 47 TOETSEN: Holfleute 8′ – 1983, Gedact 8′, Principal 4′, Fleute 4′, Quinte 3′, Superoctave 2′, Mixtur 3 fach – 1983, Trompete 8′ – 1983.
BRUSTWERK (CDE – c3) 47 TOETSEN: Gedact 8′, Quintadena 8′, Principal 4′, Quinte 3′, Superoctave 2′, Sifflet 2′, Sexte 1 3/5′, Mixtur 3 fach, Trompete 8′.
PEDAL (CDE – c1) 23 TOETSEN: Principal 16′, Untersatz 16′, Octave 8′, Superoctave 4′, Baurfleute 1′ – 1983, Posaune 16′ – 1983, Dulcian 16′ – 1983, Trompete 8′, Cornettbas 2′ – 1983.
KOPPELINGEN: Oberwerk – Rückpositiv (schuifkoppel).
SPEELHULPEN: Sperrventile, Kalkantenglocke.
OVERIGE REGISTERS: Hahnengeschrei.








