Flensburg, Sankt Marienkirche

Bron foto: LP-hoes

  • De Marienkirche in Flensburg (Schleswig-Holstein) werd in 1730-1731 uitgebreid met een toren. Nadat deze voltooid was liet men in 1732 ook een nieuw orgel bouwen. Het werd ontworpen door Lambert Daniel Carstens, maar gebouwd door diens leerling Johann Dietrich Busch. Jürgen Hinrichsen Angel verbouwde het orgel in 1794. Het rugpositief werd naar achteren verplaatst, en als onderpositief geplaatst. In 1831 werd het orgel door de firma Marcussen & Reuter gerestaureerd, waarbij de dispositie werd aangepast aan de smaak van de tijd. Emil Hansen restaureerde het werk in 1896, er de dispositie werd nogmaals gewijzigd.
  • Het oude binnenwerk is in 1913 vervangen door een nieuw orgel van de firma Walcker, opus 1779 van de firma. Het instrument had drie manualen en pedaal met in totaal 62 registers. De firma Marcussen & Søn bouwde in 1983 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel in de kas van Carstens. Er werd een nieuw rugpositief geplaatst. Uit het orgel van Walcker zijn vier stemmen overgenomen.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Gedacktpommer 16′, Prinzipal 8′, Spitzflöte 8′, Oktave 4′, Blockflöte 4′ – 1913, Oktave 2′, Cornett 4 fach – 1913, Mixtur 4-6 fach, Zimbel 3 fach, Trompete 8′.
Rückpositiv: C – g3 Gedackt 8′, Quintatön 8′, Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Oktave 2′, Sifflöte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach, Scharf 4-5 fach, Dulzian 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C – g3 Bordun 16′ – 1913, Rohrflöte 8′, Salicional 8′, Schwebung 8′ – 1913, Italienische Prinzipal 4′, Querflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 6 fach, Bombarde 16′, Oboe 8′, Vox Humana 8′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Prinzipal 16′, Subbaß 16′, Oktave 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′, Nachthorn 2′, Hintersatz 5 fach, Posaune 16′, Trompete 8′.