Graz, Wallfahrtskirche Maria Trost

Foto: E.mil.mil, CC-BY-SA 3.0 (Wikimedia Commons)

In 1761 is het grote orgel van de Wallfahrtskirche Maria Trost, ten noordoosten van Graz gemaakt door een onbekende orgelbouwmeester. In 1928 plaatste de firma Karl II Reinisch in de historische orgelkassen een nieuw pneumatisch binnenwerk. Dit instrument had vier klavieren en een vrij pedaal. Het vierde manuaal was als Fernwerk in de koepel van de kerk geplaatst. Het werd op 12 februari 1928 iin gebruik genomen. In 1993 nam men een nieuw orgel in gebruik, dat gebouwd is door de firma Pflüger. Het historische front is daarbij opnieuw gebruikt. Dit mechanische sleepladen-orgel heeft 44 (43) stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal. 

Dispositie:

HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′, Principal 8′, Spitzflöte 8′, Gamba 8′, Bifara 8′ (from a°), Octav 4′, Blockflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Octav 2′, Cornett 5 fach (8′) (from g°), Mixtur 5 fach (1 1/3′), Scharff 4 fach (1′), Trompete 8′.
RÜCKPOSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Holzgedackt 8′, Quintade 8′, Prästant 4′, Rohrflöte 4′, Principal 2′, Quinte 1 1/3′ – halfdraw of Cymbel, Sifflöte 1′, Sesquialter 2 fach (2 2/3′), Cymbel 3 fach (2/3′), Krummhorn 8′, Tremulant.
SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Holzprincipal 8′, Koppelflöte 8′, Unda Maris 8′, Principal 4′, Hohlflöte 4′, Nasard 2 2/3′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Plein Jeux 4 fach (2′), Fagott 16′, Trompete Harmonique 8′, Oboe 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Principalbass 16′, Subbass 16′, Oktavbass 8′, Gedacktbass 8′, Piffaro 4’+2′, Hintersatz 4 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.