Guastalla, Concattedrale di San Pietro Apostolo

Klik op deze link naar il Restauro voor foto’s van het front van het orgel

Foto: Aart van Beek © 2017

Fratelli Serassi bouwde in 1790-1794 opus 13. Een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Concattedrale di San Pietro Apostolo in Guastalla (Reggio nell’Emilia) Italië. Serassi restaureerde het instrument in 1826. Cesare Zoboli bouwde het orgel in 1855 om. In 1979 en 2018 voerde Mascioni restauratiewerkzaamheden uit. Het instrument heeft 47 stemmen verdeeld over 2 manualen en pedaal.

Met “noordelijke” springladen bedoel ik die in Nederland en Duitsland. Bijv. Nieuwe Kerk Amsterdam en Corvey etc.
Daar zijn diverse verschillen. De registerventielen (dus per toets) worden door een balk/lat bij inschakeling van een register omlaag geduwd.
In Westfalen is een variant ontwikkeld waarbij voor elke toets een uitneembare cassette werd gemaakt. Daarmee konden incidenteel reparaties aan de registerveren worden uitgevoerd.
In Italië is het systeem totaal anders.
Voor elke toon van elk register is er een verticaal ventieltje in het tooncancel tegen de scheiden. In de scheiden zit een “haakse” boring. Bovenop de scheiden zitten de pijpgaten.  De ventieltjes hebben in de cancellen een veertje. Aan elk ventieltje zit een stift die boven de lade uitsteekt. Om die stiften zitten pulpeetjes zodat de stiften heen en weer (open of dicht) kunnen. Voor elk register is er een lat met inkepingen voor die stiften. De lat (dus bovenop de lade)  wordt met de registerhefboom horizontaal heen en weer bewogen. Na inschakeling van een register moet de registerhefboom in een inkeping worden vastgezet. Aan de zijden van de lade zitten contra-veren die net iets meer spanning hebben dan de optelsom van de spanning van de veertjes in de cancellen. Zo kan het register weer uitgezet worden.
Er werd o.a. door Giuseppe Serassi (Bergamo) een systeem ontwikkeld waarmee mechanisch een heel plenum d.m.v. een trede kan worden in- en uitgeschakeld. Een vooraf instelbare registratiekeuze is mogelijk door het in geringe mate uittrekken van registerschuiven waarna met een trede de geselecteerde registers kunnen worden in- en uitgeschakeld.
Soms is bij italiaanse orgels met sleepladen ook een systeem met contra-veren aanwezig waarmee op dezelfde manier registraties kunnen worden voorbereid.
Bij orgels met twee manualen, van bijv. de Serassi’s, heeft het Grandorgano (bovenmanuaal) een springlade en het positivo (ondermanuaal) sleepladen. Dat is bijvoorbeeld in de Dom van Guastalla het geval.  (Zie detailfoto). De “registerschuiven” van het grandorgano zijn zgn. “manetti”. De knoppen van de sleeplade “pomelli”.
De lade en pijpwerk van het positivo staan links van de claviatuur in de onderkas. Zie prent (van voor de laatste restauratie).

Dispositie:

I – Grand’Organo:
Principale I 8′ Bassi
Principale I 8′ Soprani
Principale II 8′ Bassi
Principale II 8′ Soprani
Ottava 4′ Bassi
Ottava 4′ Soprani
Quintadecima 2′
Decimanona 1.1/3′
Vigesima seconda 1′
Vigesima sesta 2/3′
Vigesima nona 1/2′
Due di ripieno
Due di ripieno
Sesquialtera
Cornetto I
Cornetto II
Fagotti 8′ Bassi
Corno inglese 16′ Soprani
Trombe 8′ Soprani
Flutta 8′ Soprani
Flauto in VIII 4′
Flauto in XII 2.2/3′
Voce umana Soprani
Cornamusa 8′ Soprani

II – Eco espressivo:
Principale 8′
Ottava 4′ Bassi
Ottava 4′ Soprani
Quintadecima 2′
Decimanona 1.1/3′
Vigesima seconda e sesta 1′
Cornetto 2 file 2′[2]
Flagioletto 1′ Bassi
Flauto in ottava 4′ Soprani
Violoncello 16′ Bassi
Violoncello 16′ Soprani
Cromorni 8′ Bassi
Cromorni 8′ Soprani

Pedale:
Contrabbassi 16’+8′
Timballi