Foto: ErwinMeier, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
In 1845 bouwde Johann Andreas Engelhardt een groot nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Nicolaikirche in Herzberg am Harz. Het is het grootste instrument van deze bouwer dat bewaard bleef. Het heeft 36 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal. Het meeste originele pijpwerk is nog aanwezig. Het instrument werd in 1974-1975 gerenoveerd door Rudolf Janke. Janke heeft in 1992 een grotere restauratie uitgevoerd. Daarbij werden de Trompete van het Hauptwerk en van het Oberwerk vernieuwd, evenals de Mixtur van het Oberwerk, de Untersatz 32′ op het pedaal en gedeeltelijk de Mixtur van het Hauptwerk. De intonatie van een aantal registers is bijgewerkt. Op 6 september 1992 is het orgel weer in gebruik genomen. Het officiële ingebruiknameconcert werd gegeven door Hans-Ulrich Funk.
Dispositie:
Hauptwerk (C-f3): 54 toetsen Principal 16′ (1-2 fach), Octave 8′, Gemshorn 8′, Viola di Gamba 8′, Hohlflöte 8′, Doppelgedact 8′, Octave 4′, Gemshorn 4′, Fugara 4′, Quintflöte 3′, Octave 2′, Tertia 1 3/5′, Mixtur 4-5 fach (2′) – 1845/1992, Trompete 8′ – 1992.
Oberwerk (C-f3): 54 toetsen Quintatön 16′, Principal 8′ (1-2 fach), Salicional 8′, Doppelflöte 8′, Flöte Travers 8′, Octave 4′, Fernflöte 4′, Rohrflöte 4′, Octave 2′, Cornett 3-4 fach (2′), Mixtur 4 fach (1 1/3′) – 1992, Trompete 8′ – 1992.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Untersatz 32′ – 1992, Principal 16′, Violon 16′, Subbaß 16′, Octave 8′, Violon 8′, Bourdon 8′, Octave 4′, Posaune 16′, Trompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Oberwerk – schuifkoppel, Coppel Pedal – Hauptwerk.
Speelhulpen: Tremulant (Manuale), Forte-Piano-Pedal, 2 Sperrventile.
