Kampen, Buitenkerk, Hoofdorgel

Foto’s: Wim Verburg © 2004

De dispositie van het Hinsz-orgel: (1754, met ouder pijpwerk van Jan van Covelens (1505) en Jan Morlet II (1629))

Hoofdwerk:
Quintadena 16
Prestant 8 (oud)
Fluit dous 8
Octaaf 4 (oud)
Speelfluyt 4
Mixtuur 4-6 sterk (nieuw)
Scherp 3-4 sterk (nieuw)
Positief:
Holpijp 8 (oud)
Quintadena 8 (oud)
Octaaf 4 (oud)
Fluyt 4 (oud)
Gedektquint 3 (nieuw)
Superoctaaf 2 (oud)
Gemshoorn 2 (nieuw)
Sexquialter 2-3 sterk (deels oud, deels nieuw)
Cornet 3 sterk (oud)
Trompet 8′ (hoofdz. oud)
Pedaal:

Subbas 16 (oud)
Octaaf 8 (deels 19e eeuws)
Trompet 8 (nieuw)

2 koppels:
Manuaalkoppeling – schuifkoppel
Pedaal – Ondermanuaal

Tremulant

Vulstem Samenstelling
Mixtuur IV-VI sterk (Groot Manuaal) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 1′. g’: 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Scherp III-IV sterk (Groot Manuaal) C: 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 1′ – 2/3′ – 1/2′. g°: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. g’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Sesquialter II-III sterk (Klein Manuaal) C: 1 1/3′ – 4/5′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 4/5′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Cornet III sterk discant (Klein Manuaal) c’: 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′.