Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026
Voor Nederlandse tekst: zie onder Duitse tekst:
Deutsch:
Die Orgel wurde 1818 von Gotthelf Friedrich Jehmlich (seinerzeit noch Cammerswalde) als opus 3 mit II / 19 P errichtet und am 24.01.1819 eingeweiht. 1844 nahm Jehmlich (Dresden) eine Stimmtonerhöhung und Neuintonation vor, führte 1896 einen Neubau des Gehäuses mit entsprechendem Umbau der Orgel durch und nahm 1955 eine Renovierung vor. 2000 erfolgte durch Jehmlich eine (teilweise rekonstruktive) Restaurierung auf den Ursprungszustand. 2003 wurde fast die gesamte Orgel durch einen Brand vernichtet – Ursache war ein vermutlich durch Tiere ausgelöster Kurzschluss. Nur die Balganlage und Teile des Pedalwerks konnten gerettet und restauriert werden. Jehmlich übernahm sie in die 2004/05 erbaute neue Orgel als opus 1154, die sich im Wesentlichen als als Rekonstruktion der Orgel von 1818 versteht. Sie hat II / 19 P mit 1.192 Pfeifen auf Schleifladen mit mechanischen Spiel- und Registertrakturen.
Nederlands:
Het orgel werd in 1818 gebouwd door Gotthelf Friedrich Jehmlich (destijds nog Cammerswalde) als opus 3 met II / 19 P en werd ingewijd op 24 januari 1819. In 1844 verhoogde Jehmlich (Dresden) de toonhoogte en stemde het orgel opnieuw af. In 1896 herbouwde Jehmlich de orgelkast en paste het orgel dienovereenkomstig aan, en voerde in 1955 een renovatie uit. In 2000 ondernam Jehmlich een (gedeeltelijke reconstructieve) restauratie naar de oorspronkelijke staat. In 2003 werd bijna het gehele orgel door brand verwoest – vermoedelijk door kortsluiting veroorzaakt door dieren. Alleen de balgen en delen van het pedaalwerk werden gered en gerestaureerd. Jehmlich verwerkte deze in het nieuwe orgel dat in 2004/05 werd gebouwd als opus 1154, dat in wezen een reconstructie is van het orgel uit 1818. Het heeft II / 19 P met 1192 pijpen op sleepladen met mechanische tractuur zowel voor de toetsen als voor de registers.
Dispositie:
HAUPTWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bordun 16′, Prinzipal 8′, Rohrfloete 8′, Octave 4′, Spitzfloete 4′, Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Cornett 4 fach (c’-f”’), Mixtur 4 fach.
HINTERWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Gedackt 8′, Rohrfloete 4′, Nassat 3′, Flöte 2′, Siffloete 1′, Cimbel 2 fach, Schwebung (Tremulant)
PEDAL (C – d1) 27 TOETSEN: Prinzipalbaß 16′, Subbaß 16′, Octavenbaß 8′, Posaunenbaß 16′.
KOPPELINGEN: Manualkoppel – schuifkoppel, Pedal – Hauptwerk.
SPEELHULPEN: 3 Sperrventile, Noli Me Tangere.

