Lüneburg, Sankt Michaeliskirche, Hoofdorgel

Bron foto: Ansichtkaart

In 1708 voltooide Matthias Dropa een nieuw drieklaviers mechanisch sleepladen-orgel voor de Michaeliskirche in Lüneburg. In 1870/1871 werd het orgel omgebouwd. De oude frontpijpen bleven wel aanwezig, maar waren niet meer sprekend. Op advies van Christhard Mahrenholz bouwde Furtwängler & Hammer in 1931 een nieuw pneumatisch taschenladen-orgel in de oude kassen, met gebruikmaking van een deel van het oude pijpwerk. De firma’s Kemper en Hillebrand hebben de dispositie in respectievelijk 1956 en 1974 in meer barokke zin gewijzigd. Christian Scheffler heeft in 1999 een restauratie uitgevoerd, waarbij het concept van 1931 als uitgangspunt werd genomen. Ook werden de oude frontpijpen weer in ere hersteld. Het lijkt erop dat het orgel scheef staat, maar in feite staat de kerk scheef en heeft men het instrument loodrecht opgebouwd. Een paar frontpijpen zijn gedecoreerd.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Prinzipal 16′ – 1708, Quintadena 16′ – 1708, Prinzipal 8′ – 1999, Gambe 8′ – 1974, Hohlflöte 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′ – 1999, Blockflöte 4′, Quinte 2 2/3′ – 1974, Oktav 2′ – 1999, Spitzflöte 2′, Kornett 3-4 fach – 1999, Mixtur 5 fach – 1999, Trompete 16′ – 1999, Trompete 8′.
Rückpositiv: C – g3 Prinzipal 8′ – 1708, Gedackt 8′ – 1708, Oktave 4′ – 1870, Rohrflöit 4′ – 1708, Flachflöte 2′, Sifflöte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach – 1956, Scharff 4 fach – 1999, Dulzian 16′ – 1974/1999, Krummhorn 8′ – 1999, Tremulant.
Schwellwerk: C – g3 Gedackt 16′ – 1999, Principal 8′ – 1870, Salizional 8′ – 1974, Bordun 8′ – 1999, Vox Celestis 8′ – 1999, Oktave 4′ – 1870, Rohrflöte 4′, Nasard 2 2/3′, Flachflöte 2′, Terzian 2 fach, Mixtur 4 fach – 1999, Trompete 8′ – 1999, Oboe 8′ – 1999, Tremulant.
Pedal: C – f1 Prinzipal 16′ – 1870, Subbaß 16′ – 1870, Gedackt 16′ – transmissie, Quintadena 16′ – transmissie, Quinte 10 2/3′ – 1999, Oktav 8′ – 1870, Gedackt 8′ – 1870, Oktav 4′ – 1870, Nachthorn 2′, Rauschpfeife 3 fach, Posaune 16′, Trompete 8′, Trompete 4′ – transmissie.