Meppel, Doopsgezinde Kerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2013

De firma Bakker & Timmenga leverden in 1897 een klein mechanisch sleeplade-orgel aan de Doopsgezinde Kerk te Meppel (Drenthe). Het instrument kreeg zeven stemmen op het manuaal en aangehangen pedaal. Er was één lege sleep op de lade, gereserveerd voor een tongwerk. In 1929 reviseerde de firma Spiering het orgel. Zij plaatsten op de open plaats een gecombineerde Fluit 8′ (bas) en Klarinet 8′ (discant). Het pedaal kreeg een zelfstandige Subbas 16′ op een pneumatische lade. Tenslotte werd een tremulant geplaatst. Kaat & Tijhuis restaureerden in 1980-1984 het instrument. Hierbij werd de Subbas 16′ geplaatst op een mechanische lade in een eigen kas. Op 24 mei 1984 is het orgel weer in gebruik genomen. Het kerkgebouw is in 1986 vervangen door een nieuw. Het orgel werd zonder wijzigingen overgeplaatst.

Dispositie:

Manuaal: C  – f3 Prestant 8′, Bourdon 8′, Viola di Gamba 8′ – C-H uit Bourdon, Voix Celeste 8′ – C-H uit Prestant, Gedekte Fluit 8′ (bas) – 1929, Octaaf 4′, Fluit 4′, Gemshoorn 2′, Klarinet 8′ (discant) – 1929.
Pedaal: C  – d1 Subbas 16′ – 1929.
Couplers: Pedaalkoppel.
Accessories: Tremulant – 1929.