Foto: Collectie Wim van der Kooij (Situatie in Rotterdam)
sinds 26 juni 1685 stond In de Lutherse Kerk van Haarlem een orgel van de orgelmaker Barent Hendrick van Loon uit Haarlem. Het instrument was in onderhoud bij J.H.H. Bätz van 1748-1765. Hierna heeft Pieter Müller onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het orgel bleek echter in steeds slechtere staat te geraken. Een restauratie was nodig, maar Gideon Thomas Bätz gaf het advies om een nieuw mechanisch sleepladen-orgel aan te schaffen. In 1779 werd het oude instrument gesloopt. Bätz begon met de nieuwbouw in januari 1780. Vanwege ziekte van Gideon Thomas voltooide Christophel Bätz het instrument, waarna het op 29 oktober 1780 in gebruik werd genomen met een feestelijke bespeling door J. Radeker. In de balustrade bevond zich een uurwerk, en het orgel was versierd met beelden die gemaakt zijn door Jan Woortman uit Haarlem.
In 1836 heeft de firma Gabry & Zoon de frontpijpen vernieuwd. Het orgel raakte hierna steeds meer verwaarloosd. De toestand was in 1881 zo dramatisch dat men besloot om een nieuw en groter orgel te laten bouwen in de oude kas. Deze kas moest hiervoor wel worden uitgebreid. De Duitse firma J.A. Ströbel ontwierp echter een volledig nieuw instrument met een front dat prima paste bij het interieur en de balustrade. Het Bätz-orgel werd nu gedemonteerd en te koop aangeboden in de Kerkelijke Courant van 17 september 1881. Het is in 1882 verkocht aan de Gereformeerde Kerk aan de Goudse Singel in Rotterdam. Het instrument wordt vermeld in de dispositieverzameling van M.H. van ’t Kruijs als orgel met tien registers.
In Rotterdam heeft het dienst gedaan tot 1913. In dat jaar werd het door Van der Kley gedemonteerd en opgeslagen. In 1915 heeft hij het weer in de Gereformeerde Kerk aan de Bergsingel in Rotterdam geplaatst, uitgebreid met 13 pedaalpijpen. In 1926 is het door de firma Standaart overgeplaatst naar het gebouw van de Hervormde Evangelisatie in Numansdorp (Zuid-Holland) waar het een kleiner orgel vervangt. Het instrument dat door Standaart werd geplaatst had tien registers op het manuaal en een Quint 10 2/3′ op het pedaal.
Wat er met het binnenwerk is gebeurd is niet bekend. In 1971 bleek echter dat er achter de resten van het oude front een elektronium stond. De restanten van het Bätz-orgel zijn in dat jaar verwijderd door de gemeentereinigingsdienst van Numansdorp.
Dispositie:
MANUAAL (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Gemshoorn 4′, Fluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur III-IV-V-VI sterk (B/D), Trompet 8′ (B/D).
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Aangehangen.
