Foto 1: Marion Burgin © 2008
Foto 2: Elien Allary © 2026
Orgelbouwer: Degens & Bradbeer Ltd. Grant, 1969/ restauratie John Bailey 1986, Goetze & Gwynn 2015
De firma Grant, Degens & Bradbeer bouwde in 1969 een nieuw drieklaviers orgel voor New College Chapel. Het instrument kreeg een moderne orgelkas, ontworpen door George Pace. David Lumsden was adviseur bij de bouw. Het orgel vervangt een Willis-orgel uit 1875 met een neogotische orgelkas, ontworpen door Gilbert Scott. Dit instrument werd in 1926 radicaal herbouwd door Rushworth & Dreaper. Het Willis-orgel bevatte nog negen stemmen van Robert Dallam, van het oude orgel van de kapel uit 1663. Dit pijpwerk werd in 1969 bewaard. De Salicional en de Voix Celeste uit het Willis orgel zijn overgenomen in het nieuwe orgel.
John Bailey reviseerde het instrument in 1985/1986. Daarbij is de intonatie grondig herzien en is van verschillende mixturen één koor gestopt. Het orgel is verder gestemd in een Ongelijkzwevende temperatuur volgens Thomas Young.
Het orgel is in 2014-2015 door Goetze & Gwynn gerenoveerd. Adviseur was Eric Shepherd. Er is een nieuwe speeltafel geplaatst, de elektrische registertractuur en het combinatiesysteem zijn vernieuwd, en de overige mechanieken zijn gerestaureerd en waar nodig vernieuwd. De dispositie is ook veranderd: op Great is de Regal 16′ vervangen door een Vox Humana 8′, op het Positiv zijn de Oktav 1′ en None 8/9′ vervangen door een Sesquialtera en op Swell is de Teint (2 ranks) vervangen door deze twee registers van Positiv, hernoemd tot Sifflet en Neuvième. De Fagot 32′ van het pedaal is gerenoveerd, waarbij de halve lengte schalbekers zijn vervangen door schalbekers van de volle lengte. Robert Quinney verzorgde op 6 maart 2015 het inauguratieconcert van het hernieuwde instrument.
Dispositie:
GREAT (C – g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′, Prinzipal 8′, Spitzflote 8′, Oktave 4′, Spitz Gedackt 4′, Terz 3 1/5′, Quint 2 2/3′, Oktave 2′, Cornet 5 ranks (8′) (g°-g”’), Mixture 4-6 ranks (1 1/3′), Trompete 8′, Vox Humana 8′ – 2015, Tremulant.
POSITIVE (C – g3) 56 TOETSEN: Holz Gedackt 8′, Quintadena 8′, Praestant 4′, Rohrflöte 4′, Prinzipal 2′, Quintatön 2′, Sesquialtera 2 ranks – 2015, Scharf Zimbel 3 ranks (1/2′), Holzregal 16′, Schalmei Krummhorn 8′, Tremulant.
SWELL (C – g3) 56 TOETSEN: Flûte-à-Cheminée 8′, Salicional 8′ – 1875, Céleste 8′ (c°-g”’) – 1875, Principal 4′, Flûte Conique 4′, Nasard 2 2/3′, Quarte 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Sifflet 1′, Neuvième 8/9′, Fourniture 5 ranks (1′), Trompette 16′, Hautbois 8′, Tremulant, Trompete Real 8′ – horizontal, unenclosed.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Prinzipal 16′, Sub Bass 16′, Oktave 8′ – extension, Rohrflote 8′ – extension, Oktave 4′, Nachthorn 2′, Mixture 4 ranks (2 2/3′), Fagot 32′ – 1969/2015, Fagot 16′ – extension, Kupfer Trompete 8′, Trompete 4′, Tremulant.
OVERIGE REGISTERS: Cymbelstern (f-g-bes-g-d-f).
KOPPELINGEN: Positiv to Great, Swell to Great, Swell to Positiv, Great to Pedal, Positiv to Pedal, Swell to Pedal, Great and Pedal Pistons Coupled.

