Schönberg (Mecklenburg), Sankt Laurentius-Kirche, Hoofdorgel

Foto: Henk & Uilkje Veenstra © 2009, Bron www.orgelsitesimon.nl

Friedrich Wilhelm Winzer bouwde in 1846/1847 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met twee klavieren en vrij pedaal voor de Laurentiuskirche te Schönberg in Mecklenburg-Vorpommern. Het werd op 7 februari 1847 ingewijd, waarbij het door de orgelmaker zelf werd bespeeld. Op dezelfde dag gaf Fritz Creutzfeldt uit Schönberg een speciaal concert, in samenwerking met dhr. Mette, domorganist te Ratzeburg en Heinrich Jimmerthal, organist van de Marienkirche te Lübeck. Op het Oberwerk was nog één sleep leeg, bedoeld voor een Flauto Traverso 4′, en op het pedaal was eveneens één sleep leeg, waarschijnlijk voor een Octave 4′. Het orgel is vrijwel ongewijzigd bewaard gebleven. Grüneberg verving in 1895 de Trompet door een nieuwe met opslaande tongen. Kemper plaatste rond 1910 een Aeoline 8′ op de open plaats van het Oberwerk en in 1911 plaatste hij het gehele Oberwerk in een zwelkast. Ook van dit orgel werden de frontpijpen in 1917 gevorderd. Pas in 1929 zijn ze herplaatst, gemaakt van zink, door Jaiser uit Stralsund. De firma Voigt reviseerde het orgel tussen 1982 en 1992. De zwelkast is door hen verwijderd. In 2008 is het instrument geheel gerestaureerd door de firma Alexander Schuke.

Dispositie:
Hauptwerk: C-f3 Bordun 16′, Principal 8′ – 1847/1929, Fugara 8′, Hohlflöte 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Flöte 4′, Mixtur 2-4 fach (2 2/3′), Scharf 3 fach (2′), Trompete 8′ – 1895.
Oberwerk: C-f3 Lieblich Gedackt 16′, Geigenprincipal 8′ – 1847/1929, Salicional 8′, Flaute Traverso 8′, Lieblich Gedackt 8′, Aeoline 8′ – ca. 1910, Oktave 4′, Oktave 2′.
Pedal: C-d1 Principalbaß 16′, Violon 16′, Subbaß 16′, Octavenbaß 8′, Violoncello 8′, Gedactbaß 8′, Octave 4′ – niet aanwezig, Posaune 16′.
Koppelingen: Manualkoppel, Pedal – Hauptwerk.
Speelhulpen: Calcanten-Zug, Evacuant.