Spakenburg, Noorderkerk

Foto’s: Wim Verburg © 2008

De orgelgeschiedenis van de Spakenburgse Noorderkerk begint drie jaar na de bouw van het kerkgebouw. In 1881 werd er een tweedehands orgel geplaatst door Van der Haspel. Het was het Van Dam-orgel uit de Oude Kerk te Voorburg. Maar dat was bij niemand bekend. In 1930 werd het dan ook afgebroken en gesloopt. De firma Dekker uit Goes bouwden een elektrisch unit-orgel met 31 registers, afgeleid van vijf stemmen. Dit orgel, opgeleverd in 1931, was erg slecht van kwaliteit, en diende al in 1951 volledig te worden omgebouwd door Ernst Leeflang. Na nog een hele tijd met dit werkstuk te hebben geleefd, besloot men in 1995 een nieuw instrument met mechanische tractuur en sleepladen te laten maken door Mense Ruiter. Adviseur werd Jan Jongepier. Bij de bouw is onder andere inspiratie opgedaan uit het werk van Van Dam. Ook is er uitgegaan van de stijl van Freytag. Het snijwerk is gemaakt door Tico Top, en doet denken aan Jugendstil. Het orgel van Dekker werd in maart 1996 gesloopt, en het nieuwe instrument kon op 24 april 1997 in gebruik worden genomen. Twee dagen later is er een open dag gehouden, die werd afgesloten met een concert door Willem van Twillert. De orgelkas was bij oplevering donkerbruin geschilderd, maar is enkele jaren later wit gelakt.

Dispositie:

Hoofdwerk: Bourdon 16′, Prestant 16′ (discant), Prestant 8′, Roerfluit 8′, Quintadeen 8′, Octaaf 4′, Gemshoorn 4′, Quintprestant 3′, Superoctaaf 2′, Cornet IV sterk (4′) (discant), Tertiaan II sterk (2′), Mixtuur IV-VI sterk (2′), Fagot 16′, Trompet 8′.
Rugwerk: Prestant 8′ (discant), Holpijp 8′, Prestant 4′, Roerfluit 4′, Nasard 3′, Octaaf 2′, Woudfluit 2′, Mixtuur III-IV sterk (1 1/3′), Sesquialter II sterk (1 1/3′), Dulciaan 8′, Tremulant.
Pedaal: Subbas 16′, Prestant 8′, Roerquint 6′, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trompet 8′, Trompet 4′.
Koppelingen: Manuaalschuifkoppel, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Rugwerk.
Speelhulpen: Tremulant gehele werk.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur IV-VI sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′. e”: 5 1/3′ – 4′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′.
Tertiaan II sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 3/5′. c’: 3 1/5′ – 2′.
Cornet IV sterk (Hoofdwerk) c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Mixtuur III-IV sterk (Rugwerk) C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′. e”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′.
Sesquialter II sterk (Rugwerk) C: 1 1/3′ – 4/5′. c’: 2 2/3′ – 1 3/5′.