Foto: Zarateman, Wikimedia Commons (CC0)
In 1735 bouwde Joseph de Mañeru y Ximénez een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met gedecoreerde frontpijpen voor de Iglesia Parroquial de Santa Maria in Tafalla (Navarra) Spanje. De orgelkas is gemaakt door Juan Angel de Nagusía. Het instrument is in de negentiende eeuw gewijzigd door Juan Roqués. Daarna zijn er door L. Galdós nog verbouwingen uitgevoerd in 1928 en 1959. Daarbij is de tractuur deels pneumatisch gemaakt In 1977 is het orgel door Enrique Morentín gerestaureerd.
Dispositie:
Manual I (C-g3): 56 toetsen Bordón 16′, Principal 8′, Flauta 8′, Bordón 8′, Viola de Gamba 8′, Octava 4′, Quincena 2′, Lleno 3 hilares, Trompeta Real 8′, Trompeta Batalla 2 hilares (8’+8′) (B/D).
Manual II (in zwelkast) (C-g3): 56 toetsen Violón 8′, Flauta Armónica 8′, Celeste 8′ (from c°), Trompeta Angélica 8′, Clarinete 8′.
Pedal (C-g°): 20 toetsen Contras 16′ + 8′ (C-c), Subbajo 16′ (cis en d).
Koppelingen: Pedaalkoppel.
Speelhulpen: Tremulant.
