Tarbes, Cathédrale Notre-Dame-de-la-Sède

Foto’s: Bram Luteyn © 2019

Het mechanische sleepladen-orgel in de Cathédrale Notre-Dame-de-la-Sède in Tarbes (Hautes-Pyrénées (65)) werd in eerste instantie gebouwd in de jaren 1678-1680 door Gérard Brunel. Brunel kwam echter te overlijden voordat het orgel voltooid was. Robert Delaunay nam hierna het werk over en hij voltooide het in het zelfde jaar. In 1868 is het orgel verbouwd door Baptiste Puget. Nog ingrijpender was de verbouwing uit 1884 door Commailles. Deze wijzigde de opzet in een romantisch orgel met een vrijstaande speeltafel. Het rugpositief werd leeggehaald. In 1956 heeft de firma Pesce een restauratie uitgevoerd. Het orgel is in de jaren 1990-1993 door Bartolomeo Formentelli gereconstrueerd. Hij maakte gebruik van al het nog aanwezige originele materiaal.

Dispositie:

Grand Orgue: CD – d3 Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Quarte 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Grand Cornet 5 rangs, Fourniture 4 rangs, Cymbale 3 rangs, Trompette 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′.
Positif: CD – d3 Bourdon 8′, Montre 4′, Flûte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Fourniture 3 rangs, Cymbale 2 rangs, Cromorne 8′.
Écho: CD – d3 Bourdon 8′, Prestant 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Cymbale 2 rangs.
Pédale: CD – d1 Flûte 8′, Flûte 4′, Trompette 8′, Clairon 4′.