Trier (Olewig), Katholische Pfarrkirche Sankt Anna

Bron foto: Festschrift 2011

  • Het orgel met elektrische tractuur in de Sankt Annakirche te Trier (Olewig) Rheinland-Pfalz, is in 1954 gebouwd door Eduard Sebald voor de kapel van het Mutterhaus der Borromäerinnen in Trier. Sebald heeft het instrument in 1968 overgeplaatst naar de Sankt Annakirche in Trier-Olewig. In 2010/2011 heeft Hubert Fasen een ingrijpende renovatie uitgevoerd, waarbij het orgel werd omgebouwd en uitgebreid.
  • Het orgel is in 1954 als opus 50 door Eduard Sebald gebouwd voor de kapel van het Mutterhaus der Borromäerinnen, Trier. Of Sebald het in 1968 uitgebreid heeft, weet ik niet. In ieder geval is het orgel toen door hem in de St. Annakirche geplaatst. Het heeft kegelladen voor HW en Pedaal en een sleeplade voor het SW. De Rohrflöte 16′ in het pedaal is een transmissie, evenals Trompete 8′ en Clairon 4′. Met elkaar gecombineerd zijn de Subbas 16 – de Gedacktbass 8 en de Flötbass 4′, evenals de Oktavbass 8′ en de Choralbass 4′.

Dispositie:

Hauptwerk: Rohrflöte 16′, Principal 8′, Quintade 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Hohlflöte 4′, Superoctave 2′, Cornett 3 fach, Mixtur 4 fach, Trompete 16′, Trompete 8′, Clairon 4′.
Schwellwerk: Salicet 16′, Portunalflöte 8′, Salicional 8′, Vox Coelestis 8′, Principal 4′, Feldflöte 4′, Violine 4′, Quinte 2 2/3′, Nachthorn 2′, Terz 1 3/5′, Scharff 3 fach, Krummhorn 8′, Tremulant.
Pedal: Kontrabass 16′, Subbass 16′, Rohrflöte 16′ – transmissie, Quintbass 10 2/3′, Octavbass 8′ – unit, Gedacktbass 8′, Choralbass 4′ – unit, Flötbass 4′ – unit, Fagott 16′, Trompete 8′ – transmissie, Clairon 4′ – transmissie.
Overige registers: Nachtigall.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Subkoppel Hauptwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk, Subkoppel Hauptwerk, Subkoppel Schwellwerk.