Utrecht, Pieterskerk, Oude Orgel

Foto: © Bert Wisgerhof

In 1899 bouwde Johan Frederik Witte een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Pieterskerk in Utrecht (Utrecht). Het instrument werd op 18 juni 1899 in gebruik genomen met een concert door Johan Wagenaar, organist van de Domkerk in Utrecht. Het oude orgel van de Pieterskerk verhuisde naar Boskoop. Het orgel was geplaatst op de scheiding van het schip en het koor van de kerk. Het eerste klavier (Hoofdwerk) werd in 1916 vergroot met een Fluit Dolce 8′ op een pneumatische lade. In de jaren 1966-1970 is het kerkgebouw gerestaureerd. Hierbij werd het koor weer bij de rest van de kerk gevoegd en werd de scheidingswand verwijderd. Het Witte-orgel is hierna gedemonteerd, en uiteindelijk afgebroken. Bernard Pels bouwde in 1967/1968 een geheel nieuw orgel dat tegen de westwand werd geplaatst. De vrijstaande speeltafel van Witte bleef nog enige tijd bewaard.

Dispositie:

HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 16′, Prestant 8′, Violon 8′ – C-B from Prestant 8′, Roerfluit 8′, Fluit Dolce 8′, Quintadeen 8′, Octaaf 4′, Octaaf 2′, Cornet V sterk (gis°-f”’), Mixtuur II-III-IV sterk, Trompet 8′.
ZWELWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Salicet 8′, Gemshoorn 8′ – C-B from Holfluit 8′, Viola 8′, Voix Céleste 8′ (c°-f”’), Holfluit 8′, Salicet 4′, Fluit 4′, Flageolet 2′, Dulciaan 8′, Tremulant.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN: Prestant 16′ – transmission, Open Subbas 16′, Octaaf 8′, Bourdon 8′, Octaaf 4′, Fagot 16′.
KOPPELINGEN: Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk, Hoofdwerk – Zwelwerk.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur II-III-IV sterk C: 1 1/3′ – 1′. G: 2′ – 1 1/3′ – 1′. g°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. g’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. g”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Cornet V sterk gìs°: 4′ – 2 2/3′ – 2′. b°: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.