Groningen, Der Aa-Kerk, Hoofdorgel

Foto’s: Sietze de Vries © 2008 http://picasaweb.google.nl/linguaal

 

In 1699 heeft Arp Schnitger de opdracht gekregen voor de bouw van dit orgel dat tegenwoordig in de Der Aakerk aan de Akerkhof 2 in Groningen (Groningen) staat. Hij maakte twee ontwerpen, waarvan het grootste (en duurste) werd gekozen. In 1700 begonnen de werkzaamheden. Het stond oorspronkelijk in de Broere- of Academiekerk. In 1701 was het gereed, alhoewel onder de galerij 1702 staat vermeld. Allart Meyer maakte de orgelkas. Schnitger gebruikte veel pijpwerk uit het vorige orgel dat gebouwd was door Andreas de Mare en Hendrick Harmens van Loon uit ca. 1678. Het instrument had bij oplevering drie klavieren en zelfstandig pedaal, en telde 33 stemmen. In 1754 werd het orgel door Hinsz gerepareerd. Hij maakte ook een koppel Hoofdwerk – Rugwerk (1756).

In 1814 nam men het besluit dat het orgel moest worden overgeplaatst naar de Der Aakerk. Het vorige orgel van deze kerk, ook gebouwd door Arp Schnitger werd verwoest door het instorten van de toren in 1710. J.W. Timpe plaatste het orgel over in 1815 en 1816. De bekroning van de hoofd- en de rugwerkkas werd vervangen door nieuwe, veel grotere beelden in classicistische stijl, gemaakt door Walles. De kas is ook enigszins aangepast, maar aan het orgel zelf werd nauwelijks iets gewijzigd. Tussen 1816 en 1830 heeft Timpe regelmatig aan het orgel gewerkt. In 1830 werd het borstwerk vervangen door een bovenwerk, en de dispositie werd veranderd. In 1857 voerde Van Oeckelen een uitbreiding uit van Hoofdwerk en Pedaal. Het kort octaaf werd aangevuld, en nieuwe windladen werden geplaatst. Verder verplaatste Van Oeckelen de balgen naar de toren. De manualen werden ook vernieuwd.

Jan Doornbos voerde nog wat kleine wijzigingen uit in de twintigste eeuw (1908, 1919 en 1924), evenals Klaas Doornbos (1935 en 1939). Zo is in 1919 een magazijnbalg geplaatst in plaats van de zes spaanbalgen, werd er in 1924 een zwelkast om het bovenwerk geplaatst, en in 1935 is een Bazuin 16′ toegevoegd aan het pedaal. In 1939 herstelde Doornbos de Mixtuur van het Hoofdwerk, en werd de Quint 5 1/3′ vervangen door een Nasard 2 2/3′. In 1946 voegde Klaas Doornbos een Quint 1 1/3′ toe aan het bovenwerk. Ook in de jaren vijftig vonden steeds kleine veranderingen plaats (Flentrop 1950, Doornbos 1952, Ruiter 1959).

In 1977 werd het orgel uit de kerk verwijderd en opgeslagen voor een grote restauratie van het gebouw. Reil plaatste het instrument in 1989/1990 weer in het kerkgebouw. Hierbij werden de windladen gerestaureerd, de pneumatische windladen verwijderd, de balgen en de kas gerestaureerd, en de mechaniek gerenoveerd. Enkele registers werden verwijderd. Op 8 juni 1990 is het orgel weer in gebruik genomen tijdens een speciale bijeenkomst met Harald Vogel en Stef Tuinstra als organisten.

In 1997 werd de tweede fase van de restauratie ingezet. Deze is eind 1999 voltooid. De huidige klaviatuur is nog altijd van Van Oeckelen. De plannen die er zijn voor een reconstructie-achtige restauratie hebben veel stof doen opwaaien. Na een gerechtelijke uitspraak is eind 2002 besloten het orgel weer zonder restauratie op te bouwen in de kerk. Uiteindelijk duurden de werkzaamheden tot 2011. Met een speciaal festival met de naam ‘Schnitgers Droom’, dat duurde van 14 tot 29 oktober 2011, is het instrument weer in gebruik genomen. Het officiële heringebruiknameconcert werd op 14 oktober 2011 gegeven door Peter Westerbrink.

De dispositie van het Schnitger (1702) / Van Oeckelen-orgel: (1857)

HOOFDWERK (C – c3) 49 TOETSEN: Praestant 16′, Bourdon 16′ (discant) – 1857, Octaaf 8′, Holpijp 8′, Salicionaal 8′, Octaaf 4′, Nachthoorn 4′, Nasard 2 2/3′ – 1939, Octaaf 2′, Cornet V sterk (8′) (discant) – 1857, Mixtuur III-V sterk (1 1/3′), Trompet 16′ – 1857, Trompet 8′ – 1701.
RUGWERK (CDEFGA – c3) 45 TOETSEN: Quintadena 16′, Prestant 8′, Gedekt 8′, Octaaf 4′, Gemshoorn 2′, Sifflet 1 1/3′ – 1470, deels 1830, Scherp IV-V sterk (1′) – 1701, Trompet 8′ – 1830, Dulciaan 8′ – 1701.
BOVENWERK (C – c3) 49 TOETSEN: Praestant 8′, Holfluit 8′, Viola di Gamba 8′, Octaaf 4′ – 1830, discant 1701, Fluit 4′, Fluit 2′, Flageolet 1′, Clarinet 8′ – 1857, deels 1701.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Bourdon 16′, Subbas 16′, Quint 10 2/3′, Octaaf 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Bazuin 16′ – 1935/1950/1990, Trompet 8′ – 1701, Trompet 4′ – 1701, Cornet 2′ – 1990.
KOPPELINGEN: Rugwerk – Hoofdwerk, Rugwerk – Bovenwerk, Pedaal – Rugwerk.
SPEELHULPEN: 4 afsluiters.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-V sterk (Hoofdwerk) C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. f°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. f’: 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Cornet V sterk discant (Hoofdwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Scherp IV-V sterk (Rugwerk) C: 1′ – 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′.