Magdeburg, Sankt Johanniskirche

In de jaren 1690-1695 bouwde Arp Schnitger een groot drieklaviers orgel voor de Johanniskirche in Magdeburg. Het binnenwerk is in 1870 vervangen door een geheel nieuw mechanisch sleepladen-orgel van de firma Sauer met vier manualen en pedaal en 63 registers. Dit orgel werd in gebruik genomen op 26 september 1870 met een concert door August Ritter, tevens adviseur tijdens de bouw. In 1903 bouwde Sauer het orgel om. De tractuur werd gepneumatiseerd en de dispositie werd uitgebreid tot 70 stemmen. Verder werd het derde manuaal in een zwelkast geplaatst. Ook kreeg de Vox Humana een eigen zwelkast. Het orgel is in 1935 opnieuw gewijzigd door de firma Sauer, naar plannen van Martin Günther Förstemann, organist van de kerk. Op 29 september 1935 werd het orgel weer in gebruik genomen. In 1945 werd het helaas verwoest door bombardementen op de stad.

Dispositie:

Hauptwerk: Principal 16′, Quintadeen 16′, Rohrflöte 16′, Octava 8′, Spitzflöte 8′, Gedackt 8′, Quinta 5 1/3′, Octava 4′, Rohrflöte 4′, Koppelflöte 4′, Flachflöte 2′, Super Octava 2′, Rauschpfeiffe 3 fach, Mixtur 6-8 fach, Trompet 16′, Dulcian 8′.
Oberwerk: Bordun 16′, Principal 8′, Rohrflöte 8′, Quintadeen 8′, Grobgedackt 8′, Viol di Gamba 4′, Octava 4′, Spitzflöte 4′, Waltflöte 2′, Quintflöte 1 1/3′, Sifflöte 1′, Sesquialtera 2 fach, Scharff 5-7 fach, Trechter Regal 8′, Vox Humana 8′, Schalmey 4′.
Brustwerk: Principal 8′, Holzflöte 8′, Octava 4′, Blockflöte 4′, Nassat 2 2/3′, Octava 2′, Gemshorn 2′, Tertian 2 fach, Scharff 4-6 fach, Cimbel 3 fach, Dulcian 16′, Trompet 8′, Trompet 4′.
Pedal: Principal 32′, Principal 16′, Subbas 16′, Octava 8′, Gemshorn 8′, Octava 4′, Flöte 4′, Nachthorn 2′, Rauschpfeiffe 3 fach, Mixtur 6-8 fach, Posaune 32′, Posaune 16′, Dulcian 16′, Trompet 8′, Trompet 4′, Cornet 2′.