Zutphen, Evangelisch Lutherse Kerk

Foto’s: Janco Schout © 2010

  • In de Lutherse Kerk te Zutphen had men sinds januari 1735 de beschikking over een orgel. Dit instrument was niet al te best. Een renovatie door Timpe in 1819 kon niet voorkomen dat het orgel al enkele jaren later weer niet meer te bespelen was. Op 21 november 1828 tekende Nicolaas Anthonie Lohman een contract voor de bouw van een nieuw mechanisch sleepladen-orgel. In augustus 1831 werd het in gebruik genomen. In 1864 plaatste Holtgräve een Bourdon 16′ op het Hoofdwerk. In de loop van de tijd zijn er slechts enkele veranderingen aangebracht. Zo verving Leichel de Gamba 8′ discant in 1906 door een nieuwe doorlopende Gamba. Op de lade van het Hoofdwerk was ruimte gereserveerd voor een Fluit 4′.
  • In 1976 werden er plannen gemaakt voor een restauratie. Klaas Bolt werd als adviseur aangesteld. In januari 1982 was er  brand uitgebroken in de galerij onder het orgel. De restauratie werd echter nog steeds uitgesteld. Klaas Bolt trok zich in 1986 terug, en Rudi van Straten werd de nieuwe adviseur. In april 1993 is het plan door Monumentenzorg goedgekeurd, maar er was nog steeds geen geld. Uiteindelijk kon de firma Reil uit Heerde in juli 1996 beginnen met het werk. De Bourdon 16′ van Holtgräve bleef gehandhaafd, en werd zelfs middels een constructie zelfstandig bespeelbaar op het pedaal. De Gamba van Leichel werd door een reconstructie van de Gamba in Lohman-factuur vervangen. Tot slot kon op het Hoofdwerk de nog altijd ontbrekende Fluit 4′ worden geplaatst, doordat bij de restauratie van het orgel van de Pieterskerk in Leiden een compleet Lohman-register beschikbaar was.
  • De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend.

Dispositie:

Hoofdwerk: Bourdon 16′, Praestant 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′ – 1996, Quint 3′, Octaaf 2′, Dulciaan 8′.
Borstwerk: Roerfluit 8′, Viola di Gamba 8′ (discant) – 1996, Gemshoorn 4′, Speelfluit 2′, Flageolet 1′.
Pedaal: Aangehangen.
Couplers: Manuaalkoppel.
Accessories: Tremulant.